Meer duidelijkheid over UBO

03 juni 2020

Minister Hoekstra heeft in de memorie van antwoord bij het wetsvoorstel Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten een nadere toelichting gegeven op wie als UBO moet worden geregistreerd.

Afschermen gegevens Op basis van de regeling die geldt voor het Kadaster, kunnen UBO’s die verwachten dat de openbaarheid van het register een onevenredig risico met zich brengt, zich op voorhand bij de politie of het Openbaar Ministerie melden, die per geval zullen beoordelen of sprake is van een dusdanige dreiging, of voorstelbare dreiging, dat beveiliging vanuit de overheid noodzakelijk is. De Kamer van Koophandel controleert bij een verzoek tot afscherming of een persoon op de centrale of decentrale lijst van beveiligde personen staat.
Nederland maakt gebruik van alle lidstaatopties ter bescherming van de privacy van betrokkenen, te weten verplichte registratie en betaling van een vergoeding door raadplegers en de mogelijkheid van afscherming van openbare gegevens in uitzonderlijke omstandigheden en per individueel geval. Aanvullend wordt voorzien in identificatie van raadplegers en krijgen UBO’s inzicht in het aantal keer dat hun gegevens zijn verstrekt aan derden.

Kerkgenootschappen Bij kerkgenootschappen zijn de UBO’s natuurlijke personen die bij ontbinding van het kerkgenootschap als rechtsopvolger in het statuut van het kerkgenootschap zijn benoemd, of - kort gezegd - de natuurlijke personen die als bestuurder staan vermeld in het eigen statuut, of zo mogelijk als bestuurder staan genoemd in de documenten van de kerkelijke organisatie.

Geen registratie Gezien het doel van de richtlijn is het registreren van een aantal partijen volgens de minister niet zinvol. Dit geldt voor publiekrechtelijke rechtspersonen omdat zijn onderdeel van de Staat zijn. Voor verenigingen zonder volledige rechtsbevoegdheid ofwel informele verenigingen geldt dat zij niet volwaardig aan het handelsverkeer kunnen deelnemen. Zij krijgen niet alle rechten en verplichtingen van natuurlijke personen, zoals voor andere juridische entiteiten wel het geval is. Daarnaast zijn de bestuurders van een dergelijke vereniging hoofdelijk aansprakelijk, is voor oprichting van de vereniging zonder volledige rechtsbevoegdheid geen notariële akte of inschrijving in het handelsregister vereist. Een uitzondering geldt voor de verenigingen van eigenaren omdat de witwasrisico’s zeer beperkt zijn gezien het verplichte wettelijke regime in boek 2 BW.

Stichting Wanneer een stichting uit haar jaarstukken opmaakt dat een uitkering aan een bepaalde begunstigde in het voorafgaande jaar kwalificeert als meer dan 25% van het voor uitkering vatbare deel van het vermogen, dient zij deze begunstigde als UBO te registreren. Of die uitkering meer dan 25% bedraagt, is afhankelijk van hoe de uitkering zich verhoudt tot het bedrag dat door de stichting is vastgesteld als ‘voor uitkering vatbaar’ in het voorafgaande jaar. Er is geen minimale termijn verbonden aan het zijn van een UBO en een begunstigde is ook niet een UBO voor een bepaald jaar. Zodra de stichting, bijvoorbeeld aan de hand van haar jaarstukken, vaststelt dat deze begunstigde in het voorafgaande jaar niet langer een uitkering ontvangt die meer dan 25% van het voor uitkering vatbare bedrag bedraagt, dient zij deze begunstigde niet langer te registreren.

Aandelen De kwalificatie als UBO van een houder met cumulatief preferente aandelen hangt af van de hoogte van de dividenduitkering ten opzichte van het bedrag dat wordt uitgekeerd. Wanneer de aandeelhouder zijn aandelen al heeft verkocht aan een ander voordat het bedrag dat wordt uitgekeerd is vastgesteld, ligt het niet voor de hand dat de aandeelhouder met terugwerkende kracht als UBO moet worden geregistreerd op basis van later uitgekeerde achterstallige dividend aan degene aan wie hij zijn aandelen heeft verkocht.

Huwelijksgoederenregime Bij een aandelenbezit van 100% dat in de huwelijksgemeenschap valt, brengt het huwelijksvermogensrecht mee dat ieder van de echtgenoten gerechtigd is tot de aandelen, net als elk ander goed dat op grond van art. 1:94 lid 2 BW in de huwelijksgemeenschap valt. De in gemeenschap van goederen gehuwde partner van een enig aandeelhouder is daarmee gerechtigd tot die aandelen, maar zal in de praktijk geen zeggenschapsrechten kunnen uitoefenen zolang die partner niet als zodanig bekend is bij de vennootschap. Deze Implementatiewet beoogt dat de in gemeenschap van goederen gehuwde partner niet, naast zijn of haar partner die alle aandelen in het kapitaal van de vennootschap houdt, enkel om die reden ook als UBO dient te worden gekwalificeerd. In het geval van een in gemeenschap van goederen gehuwde partner volstaat de UBO-registratie van alleen de aandeelhouder met meer dan 25% van de aandelen in het kapitaal van de vennootschap, die als zodanig bekend is bij de vennootschap. Het huwelijksregime van een enig aandeelhouder wordt niet meegenomen in het Handelsregister.

Poortwachters Aan de Autoriteit Persoonsgegevens is advies gevraagd of poortwachters (onder meer) toegang kunnen krijgen tot de aanvullende informatie in het UBO-register. Deze informatie is enkel voor bevoegde autoriteiten en de FIU-Nederland toegankelijk. Op dit moment wordt nog tezamen met andere mogelijkheden om de informatiepositie van poortwachters te verbeteren, afgewogen of deze toegang noodzakelijk en proportioneel is. Dit wordt betrokken bij het reeds in consultatie gebrachte wetsvoorstel plan van aanpak witwassen, waarin meerdere zaken worden opgenomen ten behoeve van de verbetering van de informatiepositie van poortwachters. Het streven is dit wetsvoorstel na de zomer aan de Raad van State voor advies voor te leggen.

Bron: EK 2019-2020, 35 179, nr. I
Meer info: Update UBO-register, van uitstel komt geen afstel (BZ Advies 2020, nr. 5)