Inhouding dividendbelasting NSW-vennootschappen

25 juni 2020

De staatssecretaris van Financiƫn heeft, vooruitlopend op een wijziging van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB), besloten goed te keuren dat geen dividendbelasting wordt ingehouden op (dividend)uitkeringen door NSW-vennootschappen.


In de Wet IB 2001 en de Wet VPB zijn vrijstellingen opgenomen in het kader van de Natuurschoonwet 1928. De Wet DB kent een dergelijke vrijstelling niet. Dit betekent dat een NSW-vennootschap dividendbelasting moet inhouden op (dividend)uitkeringen aan de opbrengstgerechtigden.
Vanwege de doelstellingen die ten grondslag liggen aan de fiscale behandeling van in de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoederen acht de staatssecretaris het passend om, via een wetswijziging, ook in de Wet DB een inhoudingsvrijstelling op te nemen. Hiermee wordt ook een vermindering bereikt van de administratieve lasten bij zowel NSW-vennootschappen als de Belastingdienst.
De staatssecretaris keurt daarom, vooruitlopend op een wijziging van de Wet DB, goed dat inhouding van dividendbelasting achterwege blijft ten aanzien van de opbrengst van aandelen in, winstbewijzen van en geldleningen als bedoeld in art. 10 lid 1 onderdeel d Wet VPB aan vennootschappen als bedoeld in art. 5 lid 1 onderdeel a Wet VPB (NSW-vennootschap).
Dit besluit is met ingang van 24 juni 2020 in werking getreden.

Bron: MvF 05-06-2020, nr. 2020-37677 (Stcrt. 2020, 32912)