Wwft-boete van € 20.000 voor advieskantoor

29 juni 2020

Financieel dienstverleners zijn verplicht om aan de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme te voldoen. Een advieskantoor kreeg € 20.000 boete vanwege onder meer het verzuimen van een verscherpt cliëntenonderzoek en het niet melden van ongebruikelijke transacties.


In 2016 verschijnt in de media een bericht over de veroordeling van twee personen. Voor Bureau Financieel Toezicht (BFT) aanleiding om het advieskantoor waar de twee veroordeelde personen hun aangiften inkomstenbelasting en jaarrekeningen laten verzorgen te controleren op de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Daarbij gaat het vooral om de identificatie en verificatie van de twee veroordeelde cliënten, de monitoringsverplichting en verscherpt cliëntenonderzoek en de meldingsplicht.
Rechtbank Rotterdam is het met het BFT eens dat het advieskantoor niet heeft voldaan aan de wettelijke identificatieverplichtingen. Het advieskantoor had voordat de dienstverlening begon de identiteit moeten vaststellen. Daar was geen bewijs voor. Op de afschriften van de identiteitsbewijzen stond 2016. De rechtbank vond het dan ook niet aannemelijk dat het kantoor de identiteit elke keer opnieuw vaststelde en de oude afschriften van de identiteitsbewijzen vernietigde.
De rechtbank is het ook eens met het BFT voor wat betreft de monitoringsverplichting en verscherpt cliëntenonderzoek. In het dossier is een e-mail aanwezig waaruit blijkt dat de administratie van een cliënt verre van compleet was. Er was bijvoorbeeld alleen een uitdraai van bankmutaties, zonder onderbouwing. Het administratiekantoor heeft eveneens geen hoogte kunnen krijgen van de leningen bij een cliënt. Bij de andere cliënt zijn de uitgaven hoger dan de verifieerbare inkomsten. De rechtbank vindt dat deze omstandigheden aanleiding hadden moeten zijn voor het advieskantoor om verscherpt cliëntenonderzoek te verrichten.
De rechtbank is ook van oordeel dat het advieskantoor de transacties had moeten aangeven bij de Financiële Inlichtingen Eenheid. Er zijn verkoopfacturen uitgereikt, zonder dat hiertegenover inkoopfacturen staan. Verder is ook opvallend dat verkoopfacturen van het bouwbedrijf zijn uitgeschreven aan een garagebedrijf in de Verenigde Arabische Emiraten. Ook hiervan zijn geen inkoopfacturen aanwezig. Bij de andere cliënt is ook voor een aanzienlijk bedrag aan transacties contant afgerekend. Daarbij zijn ook weer geen inkoopfacturen in de administratie zichtbaar. Bij die cliënt was ook maandelijks tot september 2014 gefactureerd en na september was er geen omzet meer.
Voor het niet voldoen aan de verplichtingen volgens de Wwft handhaaft de rechtbank de door het BFT opgelegde boete van € 20.000 voor het advieskantoor.

Bron: Rb. Rotterdam 15-05-2020, nr. ROT 19/3 (gepubl. 05-06-2020) (ECLI:NL:RBROT:2020:4258)
Wet: art. 3 lid 1, art. 4 lid 1 en art. 33 Wwft