Vergrijpboeten voor onjuiste box 3-toedeling

27 juli 2020

Als fiscaal partners voor box 3 niet in onderling een verdeling afspreken, dan wordt het box 3-inkomen bij ieder van de partners voor 50% in aanmerking genomen. Met het niet afspreken van een onderlinge verdeling wordt ook begrepen de situatie waarbij elke partner het vermogen voor 100% toerekent aan de andere partner.

In 2013 en 2014 bedraagt voor de heer X en zijn echtgenote, mevrouw X-Y, de gezamenlijke grondslag voor box 3 circa € 500.000. De heer X kiest in zijn aangifte 2013 en 2014 voor een toedeling van 0% van de gezamenlijke grondslag voor box 3. Mevrouw X-Y geeft eveneens 0% aan van het vermogen. De inspecteur corrigeert de aangiften en legt vergrijpboetes op.

Bij Rechtbank Noord-Holland is in geschil of de vergrijpboetes terecht zijn opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat uit de wet volgt dat partners zelf een onderlinge verdeling van het vermogen kunnen kiezen. Daarover bestaat geen twijfel. Fiscaal partners moeten wel een zodanige verdeling kiezen, dat zij het volledige gezamenlijke vermogen in aanmerking nemen. Kiest één van de partners voor een verdeling die afwijkt van de verdeling van de andere partner? Dan worden de partners geacht geen keuze te hebben gemaakt. De inspecteur heeft daarom terecht de helft van het box 3-inkomen bij ieder van de partners in aanmerking genomen.

De vraag is of onjuiste toedeling van box 3-vermogen in de aangifte beboetbaar is. De rechtbank vindt van wel. In ieder geval in 2011 is het vermogen door de partners wel sluitend verdeeld. Het komt dan volgens de rechtbank niet geloofwaardig over dat de heer X en zijn echtgenote door het aangifteprogramma voor 2013 en 2014 op het verkeerde been zouden zijn gezet. Bovendien is het van algemene bekendheid dat over een vermogen van € 500.000 belasting is verschuldigd. Het is ook geen toeval dat de in de aangiften van de heer X en mevrouw X-Y gemaakte verdeling niet onderling overeen kwam. Zij hebben hiervoor bewust gekozen. Daarmee hebben de heer X en mevrouw X-Y volgens de rechtbank ten minste gehandeld naar een in laakbaarheid aan opzet grenzende onachtzaamheid. Het is aan grove schuld te wijten dat te weinig belasting is betaald. De inspecteur heeft de boetes ook niet opgelegd in strijd ne bis in idem-beginsel. De heer X krijgt voor 2013 en 2014 een boete voor het onjuist aangeven van box 3-inkomen. Dat geldt ook voor mevrouw X-Y. Er zijn twee personen die ieder twee beboetbare feiten hebben begaan. Geen ne bis in idem dus.

Bron: Rb. Noord-Holland 14-07-2020, nr. AWB - 19 _ 5303 (gepubl. 20-07-2020) (ECLI:NL:RBNHO:2020:5119); Rb. Noord-Holland 14-07-2020, nr. AWB - 19 _ 5305 (gepubl. 20-07-2020) (ECLI:NL:RBNHO:2020:5120)

Wet: art. 67e AWR en art. 2.17 lid 1 Wet IB 2001