scales Invorderingswet 1990 [Tekst geldig vanaf 01-01-2019 tot 01-01-2020]

Inhoudsopgave

scales Opschrift

scales Invorderingswet 1990

[Tekst geldig vanaf 01-01-2019 tot 01-01-2020]

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de wet van 22 mei 1845 (Stb. 1926, 334) op de invordering van ’s Rijks directe belastingen te vervangen door een meer overzichtelijke en op verschillende punten herziene wet;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

scales Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

scales Artikel 2

1.

Deze wet verstaat onder:

  1. a.

    rijksbelastingen: belastingen als bedoeld in artikel 1 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen scales , alsmede rechten bij invoer en rechten bij uitvoer als bedoeld in artikel 7:3 van de Algemene douanewet scales , die in Nederland worden geheven;

  2. aa.
    1. 1°.

      Koninkrijk: Koninkrijk der Nederlanden;

    2. 2°.

      Rijk: het land Nederland, zijnde Nederland en de BES eilanden;

    3. 3°.

      Nederland: het in Europa gelegen deel van het Koninkrijk, met dien verstande dat voor de heffing van de inkomstenbelasting, de loonbelasting, de vennootschapsbelasting en de assurantiebelasting Nederland tevens omvat de exclusieve economische zone van het Koninkrijk, bedoeld in artikel 1 van de Rijkswet instelling exclusieve economische zone, voorzover deze grenst aan de territoriale zee in Nederland;

    4. 4°.

      BES eilanden: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met daaronder begrepen, met inachtneming van de Rijkswet tot vaststelling van een zeegrens tussen Curaçao en Bonaire, en tussen Sint Maarten en Saba, het buiten de territoriale zee van de BES eilanden gelegen deel van de zeebodem en de ondergrond daarvan, voor zover het Koninkrijk daar op grond van het internationale recht ten behoeve van de exploratie en de exploitatie van natuurlijke rijkdommen soevereine rechten mag uitoefenen, alsmede de in, op, of boven dat gebied aanwezige installaties en andere inrichtingen ten behoeve van de exploratie en exploitatie van natuurlijke rijkdommen in dat gebied;

  3. b.

    belastingrente en revisierente: de belastingrente en de revisierente, bedoeld in hoofdstuk VA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen scales ;

  4. c.

    Douanewetboek van de Unie: Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PbEU 2013, L 269);

  5. d.

    Gedelegeerde Verordening Douanewetboek van de Unie: Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (PbEU 2015, L 343);

  6. e.

    Uitvoeringsverordening Douanewetboek van de Unie: Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PbEU 2015, L 343);

  7. f.

    kosten van ambtelijke werkzaamheden: de kosten, bedoeld in paragraaf 1.2.3 van de Algemene douanewet scales ;

  8. g.

    bestuurlijke boeten: de verzuimboeten en de vergrijpboeten, bedoeld in hoofdstuk VIIA scales van deze wet, hoofdstuk VIIIA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen scales of hoofdstuk 9 van de Algemene douanewet scales , dan wel in enig ander wettelijk voorschrift betreffende de heffing van rijksbelastingen;

  9. h.

    Onze Minister: Onze Minister van Financiën;

  10. i.

    directeur, inspecteur of ontvanger: de functionaris die als zodanig bij ministeriële regeling is aangewezen;

  11. j.

    belastingdeurwaarder: de door Onze Minister als zodanig aangewezen ambtenaar van de rijksbelastingdienst;

  12. k.

    belastingschuldige: degene te wiens naam de belastingaanslag is gesteld;

  13. l.

    werknemer, artiest, beroepssporter, buitenlands gezelschap, dienstbetrekking en inhoudingsplichtige: de werknemer, de artiest, de beroepssporter, het buitenlandse gezelschap, de dienstbetrekking en de inhoudingsplichtige in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 scales ;

  14. m.

    belastingaanslag: de voorlopige aanslag, de aanslag, de uitnodiging tot betaling, de navorderingsaanslag en de naheffingsaanslag, alsmede de voorlopige conserverende aanslag, de conserverende aanslag en de conserverende navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting en in de schenk- en erfbelasting;

  15. n.

    kind: eerstegraads bloedverwant en aanverwant in de neergaande lijn.

  16. o.

    sociale verzekeringspremies: de premies voor de sociale verzekeringen, bedoeld in artikel 2, onderdelen a en c, van de Wet financiering sociale verzekeringen scales , en de ingevolge de Zorgverzekeringswet scales geheven inkomensafhankelijke bijdrage;

  17. p.
  18. q.

    burgerservicenummer: het nummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;

  19. r.

    vertragingsrente: de vertragingsrente, bedoeld in artikel 114, eerste lid, van het Douanewetboek van de Unie;

  20. s.

    rente op achterstallen: de rente op achterstallen, bedoeld in artikel 114, tweede lid, van het Douanewetboek van de Unie;

  21. t.

    kredietrente: de kredietrente, bedoeld in artikel 112, tweede lid, van het Douanewetboek van de Unie.

2.

Deze wet verstaat mede onder:

  1. rijksbelastingen: de belastingrente, de revisierente, de rente op achterstallen, de kosten van ambtelijke werkzaamheden, alsmede de bestuurlijke boeten;

  2. wettelijke regeling betreffende de heffing van rijksbelastingen: de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet scales , voor zover deze betrekking hebben op de heffing van rijksbelastingen;

  3. belastingaanslag: een ingevolge de Algemene wet inzake rijksbelastingen scales dan wel Algemene douanewet scales of enige andere wettelijke regeling betreffende de heffing van rijksbelastingen vastgestelde beschikking of uitspraak strekkende tot - al dan niet nadere - vaststelling van een ingevolge die regelingen verschuldigd of terug te geven bedrag;

  4. aanslagbiljet: de kennisgeving van de beschikking of de uitspraak, bedoeld in onderdeel c;

  5. invorderen van rijksbelastingen: het betalen van een terug te geven bedrag aan rijksbelastingen.

3.

Voor de toepassing van deze wet geldt, in afwijking in zoverre van het eerste en het tweede lid en behoudens voor zover daarvan moet worden afgeweken ingevolge het elders in deze wet bepaalde, als belastingaanslag:

  1. de belastingaanslag na toepassing van de ingevolge de Algemene wet inzake rijksbelastingen scales of enige andere wettelijke regeling betreffende de heffing van rijksbelastingen voorziene verrekeningen;

  2. ingeval een aanslagbiljet naast een of meer belastingaanslagen als bedoeld in onderdeel a een of meer ingevolge het tweede lid, onderdeel c, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikkingen omvat: het gezamenlijke bedrag van de ingevolge de op het aanslagbiljet vermelde belastingaanslagen in te vorderen bedragen.

4.

Ingeval het derde lid, aanhef en onderdeel b, toepassing vindt, worden de op het aanslagbiljet vermelde bestanddelen - wat belasting betreft na de in het derde lid, onderdeel a, bedoelde verrekening - tot een negatief bedrag geacht naar evenredigheid te zijn verrekend met de bestanddelen tot een positief bedrag en omgekeerd.

5.

Bepalingen van deze wet die rechtsgevolgen verbinden aan het aangaan, het bestaan, de beëindiging of het beëindigd zijn van een huwelijk zijn van overeenkomstige toepassing op het aangaan, het bestaan, de beëindiging onderscheidenlijk het beëindigd zijn van een geregistreerd partnerschap.

6.

Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt een Europese coöperatieve vennootschap gelijkgesteld met een Europese naamloze vennootschap.

Artikel 3

 
 
 

Artikel 3a

 
 
 

Artikel 4

 
 
 

Artikel 5

 
 
 

Artikel 6

 
 
 

Artikel 7

 
 
 

Artikel 7a

 
 
 

Artikel 7b

 
 
 

Artikel 7c

 
 
 

Hoofdstuk II. Invordering in eerste aanleg

 
 
 

Artikel 8

 
 
 

Artikel 9

 
 
 

Artikel 10

 
 
 

Hoofdstuk III. Dwanginvordering

 
 
 

Artikel 11

 
 
 

Artikel 12

 
 
 

Artikel 13

 
 
 

Artikel 14

 
 
 

Artikel 15

 
 
 

Artikel 16

 
 
 

Artikel 17

 
 
 

Artikel 18

 
 
 

Artikel 19

 
 
 

Artikel 20

 
 
 

Hoofdstuk IV. Bijzondere bepalingen

 
 
 

Afdeling 1. Verhaalsrechten

 
 
 

Artikel 21

 
 
 

Artikel 22

 
 
 

Artikel 22bis

 
 
 

Artikel 22a

 
 
 

Artikel 23

 
 
 

Artikel 23a

 
 
 

Afdeling 2. Verrekening

 
 
 

Artikel 24

 
 
 

Afdeling 3. Uitstel van betaling, kwijtschelding en verjaring

 
 
 

Artikel 25

 
 
 

Artikel 25a

 
 
 

Artikel 25b

 
 
 

Artikel 26

 
 
 

Artikel 27

 
 
 

Afdeling 4. Kredietrente, vertragingsrente en rente op achterstallen

 
 
 

Artikel 27bis

 
 
 

Artikel 27ter

 
 
 

Hoofdstuk V. Betalingskorting en invorderingsrente

 
 
 

Artikel 27quater

 
 
 

Artikel 27a

 
 
 

Artikel 28

 
 
 

Artikel 28a

 
 
 

Artikel 28b

 
 
 

Artikel 28c

 
 
 

Artikel 29

 
 
 

Artikel 30

 
 
 

Artikel 31

 
 
 

Artikel 31a

 
 
 

Hoofdstuk VI. Aansprakelijkheid

 
 
 

Afdeling 1. Aansprakelijkheid

 
 
 

Artikel 32

 
 
 

Artikel 33

 
 
 

Artikel 33a

 
 
 

Artikel 34

 
 
 

Artikel 34a [Nog niet in werking]

 
 
 

Artikel 35

 
 
 

Artikel 35a

 
 
 

Artikel 35b

 
 
 

Artikel 36

 
 
 

Artikel 36a [Vervallen per 01-04-2017]

 
 
 

Artikel 36b

 
 
 

Artikel 37

 
 
 

Artikel 38

 
 
 

Artikel 39

 
 
 

Artikel 40

 
 
 

Artikel 41

 
 
 

Artikel 42

 
 
 

Artikel 42a

 
 
 

Artikel 42b [Vervallen per 01-01-2016]

 
 
 

Artikel 42c

 
 
 

Artikel 42d

 
 
 

Artikel 43

 
 
 

Artikel 43a

 
 
 

Artikel 44

 
 
 

Artikel 44a

 
 
 

Artikel 44b

 
 
 

Artikel 44c [Vervallen per 01-01-2013]

 
 
 

Artikel 45

 
 
 

Artikel 46

 
 
 

Artikel 47

 
 
 

Artikel 48

 
 
 

Artikel 48a

 
 
 

Afdeling 2. Formele bepalingen

 
 
 

Artikel 49

 
 
 

Artikel 50 [Vervallen per 01-12-2002]

 
 
 

Artikel 51

 
 
 

Artikel 52

 
 
 

Artikel 53

 
 
 

Artikel 54

 
 
 

Afdeling 3. Bijzondere verhaalsregelingen voor aansprakelijken

 
 
 

Artikel 55

 
 
 

Artikel 56

 
 
 

Artikel 57

 
 
 

Afdeling 4. Door de ontvanger aan te houden vrijwaringsrekening bij een bank ten behoeve van depots bij de ontvanger

 
 
 

Artikel 57a [Nog niet in werking]

 
 
 

Hoofdstuk VII. Verplichtingen ten behoeve van de invordering

 
 
 

Artikel 58

 
 
 

Artikel 59

 
 
 

Artikel 60

 
 
 

Artikel 61

 
 
 

Artikel 62

 
 
 

Artikel 62bis

 
 
 

Artikel 62a

 
 
 

Artikel 63

 
 
 

Artikel 63a

 
 
 

Hoofdstuk VIIbis. Terugvordering en invordering van teruggevorderde staatssteun

 
 
 

Artikel 63aa

 
 
 

Artikel 63ab

 
 
 

Hoofdstuk VIIa. Bestuurlijke boeten

 
 
 

Artikel 63b

 
 
 

Artikel 63c

 
 
 

Hoofdstuk VIII. Strafrechtelijke bepalingen

 
 
 

Artikel 64

 
 
 

Artikel 65

 
 
 

Artikel 65a

 
 
 

Artikel 66

 
 
 

Hoofdstuk IX. Aanvullende regelingen

 
 
 

Artikel 67

 
 
 

Artikel 67a

 
 
 

Artikel 68

 
 
 

Artikel 69

 
 
 

Artikel 70

 
 
 

Hoofdstuk X. Slot- en overgangsbepalingen

 
 
 

Artikel 70a

 
 
 

Artikel 70aa

 
 
 

Artikel 70b

 
 
 

Artikel 70ba

 
 
 

Artikel 70c

 
 
 

Artikel 70ca

 
 
 

Artikel 70cb

 
 
 

Artikel 70cc

 
 
 

Artikel 70d

 
 
 

Artikel 70e

 
 
 

Artikel 70ea

 
 
 

Artikel 70f

 
 
 

Artikel 71

 
 
 

Artikel 72

 
 
 

Slotformulier en ondertekening