Herziening verliesbeschikking ondanks uitgeworpen aangifte

13 januari 2021

Voor een belastingaangifte die vanwege een specifiek risico is uitgeworpen, kan de Belastingdienst in principe volstaan met het controleren van dat risico. Blijkt de aangifte later een ander soort een onjuistheid te bevatten? En is daardoor een verliesvaststellingsbeschikking onjuist? Dan is volgens Hof Arnhem-Leeuwarden sprake van een nieuw feit. De inspecteur mag in dat geval de verliesvaststellingsbeschikking herzien.


Op 29 mei 2008 verkoopt een bv haar certificaten in een vennootschap aan twee andere vennootschappen. De kopers blijven de koopsom schuldig. Vanaf 2011 betalen zij geen rente of aflossingen meer. Daarom wil de bv die vorderingen afwaarderen. De Belastingdienst accepteert in eerste instantie deze afwaarderingen. En dus verwerkt de inspecteur de afwaarderingsverliezen in de verliesvaststellingsbeschikkingen. Maar later komt hij erachter dat de bv hybride leningen aan de kopers heeft verstrekt. Daardoor kwalificeren de vorderingen als deelnemingen en vallen de afwaarderingen onder de deelnemingsvrijstelling. De fiscus besluit daarom de verliesvaststellingsbeschikkingen te herzien.
De bv gaat in beroep en stelt dat een herziening van de verliesvaststellingsbeschikkingen niet is toegestaan omdat een nieuw feit ontbreekt. Zij wijst erop dat de aangiften vennootschapsbelasting 2011 tot en met 2013 zijn uitgeworpen. De bv heeft namelijk het Model voorkoming dubbele belasting ingevuld. De inspecteur had na de uitworp meteen de hele aangifte grondig moeten controleren. Door dit na te laten, heeft hij een ambtelijk verzuim begaan, aldus de bv.
Het hof constateert echter dat de afwaarderingen van de vorderingen los staan van het invullen van het Model voorkoming dubbele belasting. De beoordeling van de afwaarderingen valt daarmee buiten het onderzoek naar de uitworpreden. Het hof meent dat er geen andere aanleiding was om de afwaarderingen te onderzoeken. De aangifte maakte voor de rest een verzorgde indruk. Nu is in het dossier van een andere certificaathouder een koopovereenkomst te vinden die ook de bv noemt. Dat is echter niet relevant omdat een andere medewerker van de Belastingdienst dat andere dossier behandelt. Het hof staat daarom toe dat de fiscus de verliesvaststellingsbeschikkingen herziet, nu geen ambtelijk verzuim heeft plaatsgevonden.

Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 29-12-2020 (gepubl. 08-01-2021) (ECLI:NL:GHARL:2020:10815)
Wet: art. 20b lid 3 Wet Vpb 1969 scales