Rentevoordeel dga hoeft geen verkapt dividend te zijn

13 januari 2021

Het kan gebeuren dat een aandeelhouder geld van zijn bv leent om dit bedrag vervolgens weer uit te lenen aan een voormalige schuldenaar van de bv. In zo’n geval kan de Belastingdienst besluiten een eventueel rentevoordeel aan te merken als een verkapte winstuitdeling. Rechtbank Zeeland-West-Brabant vindt echter dat de fiscus dan eerst moet bewijzen dat de lening van de bv onzakelijk is.


Een man houdt indirect een belang van 50% in een bv die een assurantiekantoor exploiteert. De bv verkoopt op 1 september 2013 haar verzekeringsportefeuille aan een derde. Om deze verkoop te faciliteren leent de bv de koper bedragen van in totaal € 135.000. Op 16 april 2014 leent de man zelf een bedrag van € 200.000 van zijn bv 2,5% interest per jaar. Dit bedrag leent hij in dezelfde maand door aan de koper van de verzekeringsportefeuille. Daarbij komen de partijen een interestvergoeding overeen van 12% per jaar. De einddatum van de lening van € 200.000 ligt rond 1 januari 2017. De koper lost op 22 april 2014 de schuld van € 135.000 aan de bv af.
De inspecteur bestempelt het rentevoordeel van 12% -/- 2,5% = 9,5% over de lening van € 200.000 als een verkapte winstuitdeling. Volgens hem heeft de bv de man een voordeel doen toekomen door de lening via hem te laten lopen. Daarnaast constateert de Belastingdienst dat de man over de jaren 2015 en 2016 geen rente heeft betaald aan de bv. Daarom neemt de fiscus bij de man ook voor dat onbetaalde rentebedrag een verkapte winstuitdeling in aanmerking. Maar de man start daarop een beroepsprocedure.
De rechtbank verwerpt de stelling van de Belastingdienst dat de man de lening aan de koper heeft overgenomen, omdat de koper de oude lening heeft afgelost. Daardoor vormt de lening van € 200.000 een nieuwe financiering. Daarnaast zijn de overeengekomen interestpercentages en leningsvoorwaarden zakelijk. Nu heeft de man inderdaad een hoge rente bedongen, maar hij heeft ook te maken met een ander risicoprofiel. De rechtbank oordeelt daarom dat het renteverschil geen verkapte winstuitkering vormt. De rechter bestempelt het niet betalen van de interest aan de bv wel als een aandeelhoudersvoordeel. Omdat de zoon van de man ook een indirect belang van 50% in de bv heeft, is slechts de helft van de onbetaalde rente bij de man belast.

Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 17-12-2020 (gepubl. 04-01-2021) (ECLI:NL:RBZWB:2020:6531)
Wet: art. 4.12 onderdeel a Wet IB 2001 scales