Wijziging besluit curatoren, bewindvoerders en mentoren

13 januari 2021

De voorgenomen wijzigingen in het Besluit kwaliteitseisen curatoren, beschermingsbewindvoerders en mentoren worden ter consultatie voorgelegd. De wijzigingen zijn een gevolg van vragen om verduidelijking in het besluit ten aanzien van de opleidingseisen, de accountantsverklaring en de vrijstellingen. Daarnaast wordt het besluit aangepast aan de Wet adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind die op 1 januari 2021 in werking is getreden.


In artikel 3 worden eisen gesteld aan de opleiding, scholing en begeleiding van de professionele curator, bewindvoerder en mentor, en aan de personen door wie hij zijn taken uitoefent. De curator en de beschermingsbewindvoerder dienen over een HBO-opleiding of een MBO-4 opleiding met twee jaar werkervaring te beschikken. Ook wordt vastgelegd dat de curator en de beschermingsbewindvoerder jaarlijks een bijscholings- of trainingsactiviteit moet gevolgen.
Voor mentor blijft de opleidingseis hetzelfde: een passende MBO-4 opleiding.

In artikel 5 is de verplichting opgenomen om het plan van aanpak aan te passen als daartoe aanleiding bestaat. De curator en bewindvoerder zijn vervolgens verplicht het gewijzigde plan van aanpak op de tijdstippen van rekening en verantwoording aan de kantonrechter voor te leggen. Op basis van de Wet adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind kan de rechter de bewindvoerder vervolgens verplichten om binnen drie maanden na instelling van een schuldenbewind afschrift van de boedelbeschrijving en een plan van aanpak te sturen aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de rechthebbende woont. Dit kan als sprake is van een toestandsbewind en tevens sprake is van problematische schulden. De bewindvoerder is hiertoe alleen verplicht als de desbetreffende gemeente kenbaar heeft gemaakt van het adviesrecht gebruik te maken. De bewindvoerder is vervolgens verplicht om het plan van aanpak binnen vier maanden na de instelling van een schuldenbewind aan de kantonrechter te overleggen. Dat is na afloop van de termijn van drie maanden na instelling van het bewind waarop de bewindvoerder het plan van aanpak aan de gemeente stuurt en de reactietermijn van de gemeente. In andere gevallen, bij een ‘toestandsbewind’, kan de kantonrechter de bewindvoerder verplichten een dergelijk plan van aanpak te overleggen aan de kanontrechter, indien tevens sprake is van problematische schulden.
Ook mentoren kunnen het plan van aanpak tussentijds aanpassen aan de ontwikkelingen en aan de kantonrechter voorleggen. De mentor wordt verplicht – indien daartoe aanleiding bestaat – om na vijf jaar het plan van aanpak aan te passen. Deze periode kan korter zijn als de kantonrechter dat bepaalt.

In artikel 11 wordt geregeld dat de accountant de uitslag van zijn onderzoek omtrent baten en lasten, dan wel een jaarrekening weergeeft in een controleverklaring of een samenstellingsverklaring. In het vierde lid wordt aangegeven wanneer een samenstellingsverklaring volstaat. De vrijstelling van een aantal eisen omtrent de bedrijfsvoering opgenomen voor banken, notarissen, gerechtsdeurwaarders en accountants die tevens curator of bewindvoerder zijn geldt niet als de taken van een curator of bewindvoerder worden uitgeoefend door middel van een rechtspersoon waarvan de aandelen voor minder dan 50% in het bezit zijn van de banken, notarissen, gerechtsdeurwaarders of accountants.
Dit laatste geldt ook met betrekking een vrijstelling tot het overleggen van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) en een diploma van een passende opleiding aan de kantonrechter (artikel 13).

Er kan tot 24 februari 2021 op deze internetconsultatie worden gereageerd.

Bron: Min. J&V 13-04-2021, Internetconsultatie Besluit tot wijziging van het Besluit kwaliteitseisen curatoren, beschermingsbewindvoerders en mentoren