Waardevermindering landbouwgronden verrekenen met subsidie

23 februari 2021

De subsidie functieverandering volgens de Subsidieverordening kwaliteitsimpuls natuur en landschap 2010 van de provincie Friesland is bedoeld als compensatie voor de waardedaling van landbouwgrond. Die waardedaling komt door de omzetting van landbouwgrond in natuurterrein. Alleen voor zover de subsidie hoger is dan de waardedaling van de grond is de subsidie onbelast.


Een echtpaar oefende samen met hun zoon een melkveehouderij in de vorm van een maatschap uit. Het echtpaar heeft daarbij het gebruik en genot van de landbouwgronden ingebracht. Zij hebben de eigendom van die landbouwgronden en rekenden die tot hun buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen. Alle maten zijn gerechtigd tot 1/3e deel van de winst. De maatschap heeft een subsidie van € 473.450 aangevraagd en gekregen voor de waardedaling van de grond door de omzetting van landbouwgrond in natuurterrein. De landbouwer is van mening dat de subsidie onbelast is en dat hij en zijn echtgenote bovendien de omgezette grond kunnen afwaarderen met € 401.949. De inspecteur is het niet eens met de afwaardering.
Ook bij de Hoge Raad krijgt het echtpaar geen gelijk. Alleen voor zover de subsidie de waardevermindering overstijgt, is de subsidie vrijgesteld (€ 71.501). De subsidie is voorts binnen de maatschap verdeeld volgens de winstverdelingsregels. Dat impliceert dat de zoon ook voor 1/3e deel meedeelt in de subsidie, hoewel de waardevermindering van de gronden enkel ten laste van het echtpaar is gekomen. De Hoge Raad casseert op dit punt het hof. Voor verdeling volgens de winstdelingsregels van de subsidie kunnen zakelijke redenen zijn. Denk daarbij aan de inkomensderving voor de maatschap en daarmee dus ook voor de zoon. Die inkomensderving kan zich voordoen, omdat de landbouwgrond niet langer kan worden gebruikt in de onderneming van de maatschap. De Hoge Raad verwijst de zaak.

Bron: Hoge Raad 19-02-2021 (ECLI:NL:HR:2021:237) en Hoge Raad 19-02-2021 (ECLI:NL:HR:2021:238)
Wet: art. 3.13 lid 1 letter g Wet IB 2001