Geen geruisloze inbreng voor verhuurder onderneming

23 februari 2021

Om een onderneming geruisloos in een bv in te kunnen brengen moet de ondernemer verbonden zijn voor verbintenissen betreffende zijn onderneming. Bij verhuur van een onderneming is het afhankelijk van de gemaakte afspraken of de verhuurder voldoet aan de voorwaarden voor een geruisloze omzetting in een bv.


Een ondernemer houdt zich vanaf 1997 bezig met de verkoop van motorbrandstoffen en shop artikelen aan particulieren en bedrijven. Ook exploiteert hij een uitgebreide carwash. In 2010 besluit de man zijn onderneming te gaan verhuren. Nadat de ondernemer is gestart met de verhuur, wenst hij zijn verhuurde onderneming geruisloos om te zetten in een bv. De Belastingdienst staat de geruisloze inbreng echter niet toe.
Bij Rechtbank Noord-Holland is de geruisloze omzetting van de onderneming van de ondernemer in een bv in geschil. De rechtbank komt na een onderzoek van parlementaire stukken en oudere rechtspraak tot de conclusie dat verbondenheid voor verbintenissen essentieel is voor het ondernemerschap. De rechtbank oordeelt dat die verbondenheid voor de verhuurder er wel is, maar slechts marginaal aanwezig is. De belangrijkste kosten komen voor rekening van de huurder. De man als verhuurder hoeft slechts geringe kosten te betalen, zoals een opstal- en brandverzekering, waterschapslasten en de huursom voor de huur van een perceel grond waarop een opslagtank voor LPG staat.
In de huurovereenkomst staat een bepaling over kosten groot onderhoud van gebouwen dat die voor rekening van de ondernemer zijn. Aan die bepaling kan volgens de rechtbank geen betekenis worden toegekend. Vanwege de in de huurovereenkomst genoemde uitzondering, zijn die kosten feitelijk voor de huurder. Bovendien is gebleken dat geen groot onderhoud nodig is geweest. Het servicestation is namelijk in de jaren voorafgaand aan de verhuur uitgebreid vernieuwd. De rechtbank meent op grond van bovengenoemde punten dat de verbondenheid voor de man, of na inbreng zijn bv, slechts van geringe betekenis is. De geruisloze inbreng wordt niet verleend.

Bron: Rb. Noord-Holland 01-12-2020 (ECLI:NL:RBNHO:2020:11280)
Wet: art. 3.4 en 3.65 Wet IB 2001