Rechtbank vindt box 3-heffing sinds 2017 voldoen

06 april 2021

Rechtbank Noord-Holland doet in vier zaken een uitspraak over het systeem van de vermogensrendementsheffing in box 3 sinds 2017. De rechtbank oordeelt dat dit systeem niet stelselmatig tot een buitensporige last leidt.


De vier zaken betreffen de jaren 2017 en 2018 en zijn geselecteerd om aan de rechter voor te leggen in het kader van het massaal bezwaar. De echtparen die de beroepsprocedures zijn begonnen, hebben na toepassing van het heffingvrij vermogen een box 3-vermogen van minimaal € 700.000. In alle zaken overschrijdt de box 3-belasting ruimschoots de reguliere inkomsten die de echtgenoten daadwerkelijk behalen. Zij menen daarom dat het box 3-regime zoals dat vanaf 2017 geldt nog steeds leidt tot een buitensporige last. Daardoor zou de wet in strijd zijn met de Europese mensenrechten.
Maar de rechtbank is het niet eens met het standpunt van de belastingplichtigen. Het klopt dat per 1 januari 2017 de wetgever meer risico in aanmerking neemt bij het vaststellen van de forfaitaire rendementen. Tegenover deze verruwing in het box 3-regime staan echter ook twee verfijningen. De huidige wetgeving kent immers twee rendementspercentages voor twee vermogensklassen. De rechtbank merkt dit niet aan als een stapeling van forfaits. Verder vindt met een zekere frequentie een bijstelling van de forfaitaire rendementspercentages plaats. Ten slotte meent de rechtbank dat het huidige stelsel een tussenstap naar een ander stelsel is. Al met al oordeelt de rechtbank dat de wetgever de ‘fair balance’ niet heeft overschreden. Daarmee is zijn oordeel te vergelijken met het oordeel van Rechtbank Gelderland van 10 februari 2021 inzake een andere geselecteerde zaak.
Overigens trekt advocaat-generaal (A-G) Wattel in een andere zaak de conclusie dat het box 3-regime in 2017 wel een verboden vorm van discriminatie inhoudt. Volgens de A-G discrimineert het huidige stelsel voorzichtige spaarders. Deze personen kunnen immers slechts lage rendementen behalen ten aanzien van beleggers die meer risico nemen. Voorzichtige spaarders zullen in beginsel niet eens het gemiddelde rendement behalen. De A-G wil echter in eerste instantie het aan de wetgever overlaten hoe hiermee om te gaan.

Bron: Rb. Noord-Holland 29-03-2021 (gepubl. 31-03-2021) (ECLI:NL:RBNHO:2021:2606), (ECLI:NL:RBNHO:2021:2607), (ECLI:NL:RBNHO:2021:2608) en (ECLI:NL:RBNHO:2021:2609), Rb. Gelderland 10-02-2021 (ECLI:NL:RBGEL:2021:639) en A-G Wattel 25-03-2021 (gepubl. 29-03-2021), (ECLI:NL:PHR:2021:293)
Wet: art. 1 EP EVRM, art. 5.2 scales en art. 10.6bis scales Wet IB 2001
Meer info: Box 3-stelsel is sinds 2017 voldoende redelijk (04-03-2021)