Bedrijfsmiddel moet naar privé bij gedeeltelijke staking

07 april 2021

Ook al is sprake van een gedeeltelijke staking van een onderneming, dan nog moeten de bedrijfsmiddelen die tot de gestaakte onderneming behoren overgaan naar het privévermogen. Eventueel kan de ondernemer daarbij een beroep doen op de foutenleer.


Een echtpaar drijft via een stille maatschap een onderneming op het gebied van het houden van vleeskuikens en het verbouwen van akker- en tuinbouwproducten. Voor het verbouwen van de akker- en tuinbouwproducten gebruikt de maatschap een stuk cultuurgrond. Het echtpaar stopt in 2011 met deze activiteit. De maatschap verpacht vanaf dat moment de cultuurgrond aan derden voor kortlopende pachtovereenkomsten. Dat weerhoudt de man er niet van om de cultuurgrond tot zijn ondernemingsvermogen te blijven rekenen. Hij verandert echter van gedachten wanneer de maatschap in 2015 stopt met het houden van vleeskuikens. De man beroept zich op de foutenleer. Hij stelt dat de cultuurgrond al in 2011 het ondernemingsvermogen had moeten verlaten.
Maar de Belastingdienst stelt dat bij het einde van het verbouwen van akker- en tuinbouwproducten de cultuurgrond keuzevermogen was. De man heeft op dat moment de cultuurgrond tot zijn ondernemingsvermogen mogen blijven rekenen. Kennelijk heeft hij dat ook gedaan. Rechtbank Noord-Nederland verwerpt echter de redenering van de fiscus. Op grond van de hoofdregel gaan de activa van de onderneming bij een volledige staking van die onderneming over naar het privévermogen. Daarbij gaat het om een verplichte overgang. Bij een gedeeltelijke staking geldt volgens de rechtbank hetzelfde. Ook in de zaak voor de rechtbank is de hoofdregel van toepassing. De cultuurgrond heeft in 2011 inderdaad het ondernemingsvermogen moeten verlaten. De rechtbank honoreert het beroep van de man op de foutenleer.

Bron: Rb. Noord-Nederland 17-03-2021 (gepubl. 31-03-2021) (ECLI:NL:RBNNE:2021:986)
Wet: art 3.2 scales en art. 3.25 scales Wet IB 2001