Aansprakelijkstelling na verkoop indirect belang in bv

03 mei 2021

Bij verkoop van aandelen in een bv met alleen beleggingen kan de verkoper aansprakelijk zijn voor onbetaald gebleven aanslagen vennootschapsbelasting. Dat is het geval als het vermogen van de bv flink minder is geworden en dit de verkoper valt te verwijten.


Een aandeelhouder houdt tot 2010 indirect 24,75% van de aandelen in bv A en 24,95% van de aandelen in bv B. De andere aandelen in de bv’s worden gehouden door zijn broer en zijn moeder. De aandelen zijn eind 2010 gecertificeerd. De bv’s verkopen in 2008 de door hun gedreven recreatieparken voor € 4,6 miljoen. Op 30 september 2011 verkoopt de aandeelhouder zijn indirect certificatenbelang in de twee bv’s aan een derde. Ook zijn broer en zijn moeder verkopen hun indirecte belangen. De Ontvanger heeft de aandeelhouder in 2015 aansprakelijk gesteld voor 24,75%, respectievelijk 24,95% van de onbetaald gebleven aanslagen vennootschapsbelasting van A bv respectievelijk B bv.
Voor Hof Arnhem-Leeuwarden is het de vraag of de man door de Ontvanger terecht aansprakelijk is gesteld voor de onbetaald gebleven aanslagen vennootschapsbelasting naar rato van zijn indirecte belangen in A bv en B bv.
De aandeelhouder meent dat hij niet voor alle vennootschapsbelastingschulden aansprakelijk is, maar alleen voor zover deze zijn geformaliseerd. Het hof constateert dat aan de voorwaarden voor aansprakelijkstelling is voldaan. De bezittingen van de vennootschap bestaan in belangrijke mate uit beleggingen. De (indirect) certificaathouder heeft de aandelen vervreemd. En het vermogen van de vennootschap is in de vijf jaar voorafgaand aan de overdracht van de certificaten sterk verminderd en die vermindering is niet door normale bedrijfsuitoefening ontstaan. Het hof verwerpt de stelling van de aandeelhouder dat het alleen gaat om reeds geformaliseerde aanslagen vennootschapsbelasting. Het gaat ook om materieel verschuldigde vennootschapsbelasting aan het eind van het jaar 2011 van A bv en B bv.
Aansprakelijkstelling blijft achterwege als de aandeelhouder kan aantonen dat hem geen verwijt valt te maken. De Ontvanger heeft uitgebreid beschreven wat er met de verkoopopbrengst van de recreatieparken is gebeurd. Er is ruim € 4 miljoen zonder noodzaak en tegen onzakelijke voorwaarden overgemaakt naar andere door de aandeelhouder en zijn familieleden beheerste vennootschappen. Ook zijn de vorderingen van A bv en B bv op de gelieerde vennootschappen tegen onzakelijke voorwaarden overgegaan op een door de aandeelhouder, zijn broer en zijn moeder beheerste holding. Het hof is daarom van oordeel dat het onbetaald blijven van de aanslagen vennootschapsbelasting ook te wijten is aan het handelen van de aandeelhouder. Hij kan geen beroep op disculpatie doen.

Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 20-04-2021 (ECLI:NL:GHARL:2021:3823)
Wet: art. 40 IW 1990 scales