Overleg dossiers en facturen als bewijs ondernemerschap

16 mei 2019

Draagt een ondernemer voor de inkomstenbelasting zijn onderneming over aan zijn bv, maar stelt hij dat hij nog steeds ondernemingsactiviteiten verricht? Dan is het raadzaam de documentatie van deze ondernemingsactiviteiten bij te houden, zodat hij kan bewijzen dat hij fiscaal ondernemer is gebleven.

Een man drijft een managementadviesbureau via een eenmanszaak. Hij staat sinds 1 november 2010 met zijn eenmanszaak ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK). Eind november 2012 richt hij een bv op en laat in het handelsregister registreren dat hij zijn onderneming overdraagt aan de bv. Daarnaast vindt een uitschrijving plaats van de eenmanszaak uit het register. Ondanks deze gebeurtenissen vult de man in zijn aangifte inkomstenbelasting over 2012 de vragen over een gedeeltelijke staking niet in. Hij geeft evenmin de vrijval van zijn oudedagsreserve op. De inspecteur legt de aanslag over 2012 conform de aangifte op. Maar de aangifte over 2013, waarin de man zelfstandigen- en startersaftrek claimt, ondergaat een scherpere controle. De Belastingdienst weigert de toepassing van deze aftrekposten over 2013. Bovendien krijgt de man een navorderingsaanslag opgelegd over 2012, omdat de fiscus alsnog uitgaat van een staking in 2012. De man begint een beroepsprocedure.

De man stelt voor Hof Arnhem-Leeuwarden onder meer dat de Belastingdienst niet beschikt over een nieuw feit. Het hof oordeelt dat wel sprake is van een nieuw feit, omdat de inspecteur geen reden had om aan de juistheid van de aangifte te twijfelen. Een professionele gemachtigde heeft de aangifte namelijk ingediend. Ook gaat het hof in op de stelling van de man dat hij na de overdracht van het managementadviesbureau verdere werkzaamheden als ondernemer heeft verricht. De man kan dit niet onderbouwen met dossiers, agenda’s en dergelijke. In de jaren 2013 tot en met 2015 heeft hij helemaal geen omzet of kosten gemaakt. Dit alles wijst volgens de rechter erop dat de eenmanszaak in 2012 is gestaakt. De man mag daarom in 2013 de zelfstandigen- en de startersaftrek niet toepassen. Daarnaast moet hij afrekenen over de vrijval van zijn oudedagsreserve. Toch gaat het hof niet op alle punten mee met de fiscus. Het hof oordeelt namelijk dat niets erop wijst dat de man eerder stakingsaftrek heeft genoten. Daarom moet de inspecteur hem de volledige stakingsaftrek toekennen.

Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 30-04-2019, nrs. 18/00001 en 18/00002 (gepubl. 10-05-2019) (ECLI:NL:GHARL:2019:3857)
Wet: art. 3.70, 3.76, lid 1 en 3, 3.79 Wet IB 2001 en art. 16 lid 1 AWR