Wacht met afwaarderen van verbonden bv overgenomen vordering

09 juni 2021

Het komt voor dat een bv de aandelen in een andere vennootschap van haar dga koopt, waarbij de activa van de overgenomen vennootschap vooral uit vorderingen bestaan. Door de overgenomen vennootschap te liquideren, verkrijgt de bv de vorderingen van die vennootschap. Als zij kort daarop deze vorderingen al afwaardeert, is het maar de vraag of de Belastingdienst dat accepteert. Het is immers mogelijk dat de vorderingen op het liquidatiemoment al waardeloos waren.


In een zaak voor Rechtbank Den Haag houdt een nv zich bezig met financiële holdingactiviteiten, projectontwikkeling, investeren in Mediterraan vastgoed en participeren in buitenlandse investeringsmaatschappijen. De dga van de nv verkoop op 21 februari 2014 al zijn aandelen in een AG voor € 38 miljoen aan de nv. Op dat moment bedraagt het eigen vermogen van de AG iets meer dan € 52 miljoen. De nv liquideert ongeveer een week later de AG. De activa en passiva van de AG bestaan vrijwel uitsluitend uit vorderingen en schulden. De nv zet de activa en passiva van de AG op haar balans. Zij hanteert daarbij dezelfde boekwaarde als de AG heeft gedaan op de liquidatiedatum.
Eind 2014 waardeert de nv een overgenomen vordering van bijna € 3,3 miljoen voor de helft af. In 2015 waardeert zij de rest van die vordering af naar nihil. Zij past ook op andere vorderingen afwaarderingen toe. In haar aangifte vennootschapsbelasting geeft zij over 2015 een afwaarderingsverlies op van ongeveer € 3,6 miljoen. De fiscus denkt dat de vorderingen op het moment van de overname al waardeloos waren. De nv heeft daarom de vorderingen ten onechte gewaardeerd tegen de boekwaarde op de liquidatiebalans. Zij had de vorderingen tegen de lagere waarde moeten opnemen.
De rechtbank volgt de redenering van de Belastingdienst. De rechtbank vindt ook dat het onder de omstandigheden van deze zaak voor de hand ligt om de volwaardigheid van de vorderingen van de AG te onderzoeken. De overdrachtsprijs is immers gesteld op € 38 miljoen, terwijl het eigen vermogen van de AG op dat moment ruim € 52 miljoen is. Dit eigen vermogen is met name opgebouwd uit vorderingen. De nv maakt echter niet aannemelijk dat zij de volwaardigheid van de vorderingen voldoende heeft onderzocht.
Verder weegt de rechtbank mee dat de nv bij de liquidatie van de AG een onbelast deelnemingsresultaat heeft gerealiseerd van ruim € 14 miljoen. Maar in 2015 wil zij juist een afwaarderingsverlies van zo’n € 3,6 miljoen aftrekken. De rechtbank acht het aannemelijk dat de vorderingen al eerder waardeloos waren. De belastingrechter staat daarom hier geen afwaardering toe.

Bron: Rb. Den Haag 15-04-2021 (gepubl. 02-06-2021) (ECLI:NL:RBDHA:2021:4778)
Wet: art. 13 Wet Vpb 1969 scales