Splits werkzaamheden opdrachtnemers voor bv en eenmanszaak

07 juni 2019

Soms gaan een bv en een eenmanszaak van de dga van die vennootschap samen een overeenkomst aan met enkele opdrachtnemers, waarbij de bv een deel van de opdrachtnemers inhuurt van de eenmanszaak. Ook al zal de factuur die de eenmanszaak naar de bv stuurt een interne kwestie zijn, dat betekent niet dat alle ondernemers fiscaal gezien in dienstbetrekking bij de bv zijn.

Een bv verricht graaf- en herstelwerkzaamheden bij storingen of lekkages. De bestuurder en enig aandeelhouder van de bv drijft daarnaast een eenmanszaak die een deel van de activiteiten van de bv uitvoert. De eenmanszaak heeft geen werknemers in dienst, de bv heeft twee werknemers. De bv en de eenmanszaak gaan met vier personen een overeenkomst van opdracht aan. Zowel de Belastingdienst als Rechtbank Zeeland-West-Brabant constateren dat de opdrachtnemers de werkzaamheden onder dezelfde omstandigheden verrichten als werknemers. Zo moeten zij hun werkzaamheden uitvoeren zoals dat dat bij de opdrachtgever gebruikelijk is. De rechtbank is het daarom eens met de inspecteur dat de arbeidsrelaties kwalificeren als een (fictieve) dienstbetrekking. De Belastingdienst mag de bv daarom een naheffingsaanslag loonheffingen opleggen.

De rechtbank vindt wel dat de naheffingsaanslag te hoog is. De fiscus heeft bijvoorbeeld ten onrechte alle werkzaamheden die de opdrachtnemers hebben verricht toegerekend aan de bv. De rechtbank vindt deze toerekening onterecht. De bv stelt dat de helft van de bedragen die aan de vier opdrachtnemers zijn betaald, zijn gefactureerd door de eenmanszaak. Daarom is maar de helft van het totale bedrag aan haar toe te rekenen. De rechtbank gaat hierin mee. De rechter vindt het aannemelijk dat de eenmanszaak de vergoedingen uitbetaalt aan de opdrachtnemers en vervolgens daarvoor een factuur stuurt naar de bv. De rechtbank is het eens met de fiscus dat deze facturering een interen kwestie is, maar dat betekent niet dat men de facturering mag negeren. Daarnaast constateert de rechtbank dat bij een van de opdrachtnemers de belastingheffing over de vergoeding in de inkomstenbelasting is afgehandeld. Doordat de Belastingdienst ook de vergoeding van deze opdrachtnemer in de naheffing heeft betrokken, treedt dubbele heffing op. Genoeg reden dus om de naheffingsaanslag te verlagen, wat de rechtbank dan ook doet.

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant 07-02-2019, nr. BRE 17/1770 (gepubl. 05-06-2019), (ECLI:NL:RBZWB:2019:1372)
Wet: art. 2, eerste lid Wet LB 1964