Herziening btw opfokkosten melkkoeien

12 juni 2019

Volgens de Hoge Raad is het opfokken van melkkoeien hetzelfde als het ontwikkelen van bedrijfsmiddelen. Na beëindiging van de landbouwregeling omzetbelasting kan de fokker van melkkoeien de btw begrepen in de opfokkosten overeenkomstig de bestemming in aftrek brengen en zo nodig herzien.

Een vennootschap onder firma heeft als doel het opfokken van (vrouwelijke) kalveren tot melkkoeien en levering van melk van deze koeien. Voor de ontwikkeling van kalf tot melkkoe geldt een tijdsbestek van 24 maanden. Gedurende deze 24 maanden heeft de VOF diverse kosten voor de opfok, zoals voer, huisvesting, dierenarts, strooisel, water en elektriciteit. De VOF heeft tot 1 juli 2013 gebruikgemaakt van de landbouwregeling in de omzetbelasting. Hierdoor is de levering van melk tot 1 juli 2013 vrijgesteld en heeft de VOF geen recht op aftrek van omzetbelasting van de kosten die betrekking hebben op de onbelaste levering van melk. Na 1 juli 2013 is de landbouwregeling niet meer van toepassing en is de levering van melk belast. In geschil bij de Hoge Raad is de aftrek van omzetbelasting op de opfokkosten van kalveren die zij pas na 1 juli 2013 is gaan gebruiken als melkkoe. Ook is in geschil de aftrek van omzetbelasting die betrekking heeft op de opfokkosten van melkkoeien die voor 1 juli 2013 al als melkkoeien in gebruik zijn genomen. De Hoge Raad vindt dat koeien die melk produceren kwalificeren als bedrijfsmiddelen en het opfokken heeft te gelden als ontwikkeling van bedrijfsmiddelen. Dit heeft tot gevolg dat ook de herzieningsregeling omzetbelasting van toepassing is. De omzetbelasting die de VOF in rekening is gebracht voor zowel het opfokken en het houden van melkkoeien is aftrekbaar overeenkomstig de bestemming die hieraan kan worden gegeven en de aftrek van omzetbelasting kan zo nodig worden herzien. Ook voor kosten van melkkoeien die voor 1 juli 2013 al in gebruik zijn genomen kan de btw deels worden herzien.

Bron: HR 07-06-2019, nr. 17/05587 (ECLI:NL:HR:2019:863); Hof Den Bosch 19-10-2017, nr. 16/00275, (gepubl. 27-10-2017), (ECLI:NL:GHSHE:2017:4577); Rb. Zeeland-West-Brabant 2-3-2016, nr. BRE - 14 _ 3516, (ECLI:NL:RBZWB:2016:1239)
Wet: art. 15 lid 4 en lid 6 Wet OB 1968