Boetebesluiten naar aanleiding Fraudewet moeten worden herzien

09 juli 2019

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft op 7 maart 2019 bepaald dat boetebesluiten voor overtredingen van de inlichtingenplicht in de sociale zekerheid over de periode 1 januari 2013 tot en met 12 oktober 2014 moeten worden herzien.

Boetes van 100% van het benadelingsbedrag (teveel betaalde uitkering) die tussen 1 januari 2013 en 12 oktober 2014 standaard opgelegd werden, moeten worden aangepast aan de juiste mate van verwijtbaarheid en mogen niet hoger zijn dan de maximale boetes uit het strafrecht. Boetes die al zijn afbetaald worden niet gewijzigd, tenzij de boete hoger was dan de boete die de strafrechter had kunnen opleggen. De boete wordt in dat geval verlaagd naar het maximum zoals dat is vastgelegd in het wetboek van Strafrecht. Boetes die op 7 maart 2019 nog niet volledig zijn betaald moeten door UWV, SVB en gemeenten inhoudelijk worden beoordeeld als er een herzieningsverzoek wordt ingediend. In de uitspraak van de CRvB zijn hiervoor richtlijnen gegeven. Om de afwikkeling soepel te laten verlopen, zullen UWV en SVB cliënten die onder de reikwijdte van de uitspraak vallen, aanschrijven om een herzieningsverzoek in te dienen.

Op 1 januari 2013 zijn de Wet handhaving en aanscherping sanctiebeleid SZW-wetgeving (Fraudewet) en het Boetebesluit socialezekerheidswetten in werking getreden. Door de invoering van deze wet kon bij een overtreding van de inlichtingenplicht een boete van 100% van het benadelingsbedrag worden opgelegd. Op 24 november 2014 is dit boeteregime naar aanleiding van een uitspraak van de CRvB aangepast. Sindsdien wordt de hoogte van de boete afgestemd op de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de (financiële) omstandigheden van betrokkenen. Hierdoor kan alleen bij opzet nog een boete van 100% worden opgelegd. Ook mag de boete niet hoger zijn dan overeenkomstige boetecategorieën in het Wetboek van Strafrecht. Op 7 maart 2019 heeft de CRvB bepaald dat het afwijzen van herzieningsverzoeken op boetebesluiten evident onredelijk is, voor zover het boetebesluiten betreft die zijn opgelegd onder het regime van de Fraudewet en het Boetebesluit.

Bron: Min. SZW 5-7-2019, nr. 2019-0000093289 (Kamerbrief)