Levensverzekering omdat premiebetaling van leven afhankelijk is

02 augustus 2019

Anders dan de rechtbank oordeelt het hof dat de vaste termijnverzekering een levensverzekering is. Van belang hierbij is dat bij het afsluiten van het product de premiebetaling liep tot de einddatum of tot de eerstvolgende vervaldatum na overlijden van de verzekerde. Het rentebestanddeel in de uitkering is belast als inkomen uit werk en woning.

Op 16 maart 1993 sluit een vrouw een vaste termijnverzekering af bij OHRA. De vrouw is verzekerde en begunstigde. De verzekering heeft een looptijd tot 16 maart 2013 (einddatum) en de uitkering is onafhankelijk van het feit of de vrouw dan nog in leven is. Bij het aangaan van de verzekering is voor wat betreft de premiebetaling het volgende vermeld: premies zijn verschuldigd tot de einddatum van de verzekering dan wel bij eerder overlijden van de verzekerde, tot de premievervaldag volgend op het overlijden van de verzekerde. Op 16 maart 1995 heeft de vrouw de polis premievrij gemaakt. Zij had toen € 1.633 betaald aan premies. Op 16 maart 2013 keert de verzekeringsmaatschappij € 24.780 uit. In geschil bij Hof Amsterdam is of een bedrag van € 23.147 terecht als inkomen uit werk en woning in de belastingheffing is betrokken. Rechtbank Noord-Holland oordeelde dat het verzekeringsproduct geen levensverzekering is. Zij heeft haar oordeel gebaseerd op het feit dat de polis altijd op de einddatum uitkeert, ongeacht of de vrouw dan nog in leven is. De rechtbank ziet de polis niet als kapitaalverzekering. Het hof ziet dit anders. Bij het afsluiten van de verzekering is jaarlijks premies verschuldigd tot einddatum of tot de premievervaldag volgend op het overlijden van de verzekerde. Daardoor is de premieverschuldigdheid afhankelijk van het leven van de verzekerde en dat maakt dat sprake is van een levensverzekering. Dat de vrouw twee jaar na het afsluiten de polis premievrij heeft gemaakt doet niets af aan de aard van de overeenkomst. Van belang voor de beoordeling van de overeenkomst is het karakter van de overeenkomst bij het aangaan hiervan. Het hof bepaalt dat de overeenkomst een kapitaalverzekering is en het rentebestanddeel terecht als inkomen uit werk en woning in de belastingheffing is betrokken.

Bron: Hof Amsterdam 16-07-2019 (publ. 31-07-2019), nr. 18/00403 (ECLI:NL:GHAMS:2019:2490)

Wet: art. 1.6a Wet IB 2001; art. 1:1 Wft; art. 7:975 BW; Hfdst. 2, art. I, onderdeel AL Inv. Wet IB 2001; art. 25 lid 1 aanhef en onderdeel c, 26a Wet IB 1964