Herstel informatiebeschikking na internationale gegevensuitwisseling

12 augustus 2019

De belastingrechter die een informatiebeschikking had vernietigd omdat de opgevraagde gegevens niet zijn te achterhalen, herstelt deze later, nadat de Belastingdienst van buitenlandse fiscale autoriteiten gegevens had ontvangen, waaruit bleek dat de gevraagde gegevens wel beschikbaar zijn.

De Belastingdienst vraagt een man om informatie over een Luxemburgse bankrekening die hij begin jaren ’90 van de vorige eeuw aanhield. De fiscus wil weten of hij in 2010 en 2011 nog steeds deze bankrekening aanhoudt. Mocht dit niet het geval zijn, dan wil de inspecteur weten wat er is gebeurd met het saldo op die rekening. De man stelt dat hij de bankrekening in 2010 en 2011 niet meer aanhield. Hij beweert dat hij het saldo al in 1994 had teruggeboekt naar een Nederlandse bankrekening. De inspecteur gelooft dit verhaal niet en legt de man een informatiebeschikking op. De man gaat met succes in beroep tegen de informatiebeschikking. Op 11 juli 2017 vernietigt Hof Arnhem-Leeuwarden de informatiebeschikking. Het hof oordeelt dat de fiscus niet aannemelijk maakt dat de man de gestelde vragen onvoldoende heeft beantwoord en evenmin dat de man nog over de bankgegevens beschikt of ze kan opvragen.

In april 2017 heeft de Belastingdienst in het kader van informatie-uitwisseling bij de Luxemburgse fiscale autoriteiten verzocht om inlichtingen over de Luxemburgse bankrekeningen over de periode 1994 – 2010. De Luxemburgse fiscus stuurt op 22 november 2017 informatie naar de Belastingdienst. Daaruit blijkt onder andere dat de Luxemburgse bankrekening pas medio 2002 is opgeheven. Bovendien heeft de man in 2000 nog een flink bedrag overgeboekt naar een Zwitserse bankrekening. Op grond van deze informatie vraagt de fiscus aan Hof Arnhem-Leeuwarden om zijn oordeel te herzien. Het hof oordeelt dat de Belastingdienst de gegevens van de Luxemburgse fiscus op rechtmatige wijze heeft verkregen. Deze gegevens stonden de inspecteur pas na de uitspraak ter beschikking. De nieuwe informatie rechtvaardigt ten slotte een ander oordeel. Daarom herziet het hof zijn oordeel en maakt de vernietiging van de informatiebeschikking ongedaan. Het hof geeft de man zes weken de tijd om alsnog de gevraagde inlichtingen te verstrekken.

Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 16-07-2019 (publ. 9-08-2019), 18/00453 (ECLI:NL:GHARL:2019:5829); Hof Arnhem-Leeuwarden 11-07-2017, 15/01235 (ECLI:NL:GHARL:2017:5864)
Wet: art. 8:119 lid 1 Awb; art. 47, 52a AWR)