Bezwaar en beroep tegen afwijzing cijfermatige onderbouwing was mogelijk

12 augustus 2019

Na de massaalbezwaarprocedure inzake de btw-correctie voor het privégebruik van de auto maakt een ondernemer gebruik van de mogelijkheid om met nadere gegevens te onderbouwen dat de forfaitaire btw-correctie bij hem tot een te hoog bedrag leidt. De fiscus wijst die cijfermatige onderbouwing af en stelt dat hiertegen geen bezwaar en beroep mogelijk is. Volgens Rechtbank Gelderland is dat niet terecht.

Over de jaren 2011 tot en met 2016 liep er een massaalbezwaarprocedure over de btw-correctie voor het privégebruik van de zakelijke auto. Na een arrest van de Hoge Raad van 21 april 2017 heeft de Belastingdienst collectief uitspraak gedaan, waarbij de bezwaren zijn afgewezen, maar belastingplichtigen wel de mogelijkheid kregen om nadere gegevens aan te leveren, waaruit blijkt dat de forfaitaire vaststelling van de verschuldigde omzetbelasting over het privégebruik van de auto’s tot een te hoog bedrag leidt.

Een ondernemer die aan zijn werknemers auto’s ter beschikking heeft gesteld, maakt van die mogelijkheid gebruik. De fiscus geeft echter in een brief van 28 november 2017 aan de ondernemer aan dat de aangeleverde gegevens niet leiden tot een teruggaaf van omzetbelasting. Tegen die beslissing gaat de ondernemer in bezwaar. Dit bezwaar wordt echter ongegrond verklaard, omdat volgens de Belastingdienst geen sprake is van een voor bezwaar vatbare beschikking. Volgens de Belastingdienst was de brief geen uitspraak op bezwaar en kan er ook geen uitspraak op bezwaar worden gedaan, omdat slechts sprake is van een cijfermatige uitwerking van de arresten van de Hoge Raad.

Ook bij het beroep bij de rechtbank stelt de inspecteur dat het beroep van de ondernemer niet-ontvankelijk is. Daar gaat de rechtbank echter niet in mee. Er is volgens de rechtbank geen sprake van een louter cijfermatige uitwerking. De omvang van het privégebruik moet met inachtneming van alle omstandigheden van het geval worden bepaald. De gegevens moeten worden gewogen. De uitkomst staat dus nog niet vast. De toetsing van de bruikbaarheid van de gegevens en de weging daarvan moet kunnen worden voorgelegd aan de rechter. Daarom is het beroep ontvankelijk.

De ondernemer heeft er verder geen baat bij, omdat uit de aangeleverde gegevens volgens de rechtbank niet blijkt dat toepassing van het forfait leidt tot de heffing van te veel omzetbelasting.

Bron: Rb. Gelderland 6-08-2019, AWB - 18 _ 771 (ECLI:NL:RBGEL:2019:3547)