Berekening KIA bij een samenwerkingsverband

14 augustus 2019

Voor de hoogte van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) bij een samenwerkingsverband is de totale investering in het ondernemingsvermogen van het samenwerkingsverband relevant. De aldus berekende KIA wordt vervolgens naar verhouding verdeeld over de deelnemers van het samenwerkingsverband. Met deze toepassing van de KIA heeft de wetgever een gelijke behandeling tussen enerzijds eenmanszaken en bv’s en anderzijds samenwerkingsverbanden beoogd.

Een firma investeert in 2016 voor € 128.000 in bedrijfsmiddelen. Aanvankelijk passen de firmanten ieder € 6.926 aan KIA toe. Na ontvangst van hun aanslag maken ze bezwaar tegen de hoogte van de KIA. In het bezwaarschrift stellen zij ieder recht te hebben op een KIA van € 13.852, behorende bij de investering van € 128.000 door de firma. Ter ondersteuning van hun standpunt verwijzen ze naar een uitspraak van Hof Den Bosch van 30 november 2017.

Rechtbank Den Haag stelt echter aan de hand van de wettekst de hoogte van de KIA voor iedere firmant vast op € 6.926. De rechtbank kan het standpunt van de firmanten niet volgen. Dit standpunt gaat namelijk voorbij aan de wettelijke regeling van de KIA. In de parlementaire geschiedenis bij deze bepaling staat dat voor toepassing van de KIA bij samenwerkingsverbanden juist is beoogd voor samenwerkingsverbanden deze zoveel mogelijk hetzelfde te behandelen als bij eenmanszaken en bv’s. Daarom is voor de hoogte van de KIA het investeringsbedrag van het samenwerkingsverband relevant. Volgens de rechtbank komt daar ook nog bij dat het standpunt van de firmanten zou inhouden dat door beide vennoten ieder een bedrag van € 128.000 aan bedrijfsmiddelen is geïnvesteerd, terwijl de totale investering door beide firmanten € 128.000 is.

De uitspraak van Hof Den Bosch waar de firmant naar verwijst had volgens de rechtbank niet betrekking op een vergelijkbare situatie. In die uitspraak ging het om een investering in een samenwerkingsverband, waarbij een van de firmanten ook nog buitenvennootschappelijk een investering had gedaan waarvoor de KIA werd toegepast. Ook in die zaak werd de KIA voor de investering van het samenwerkingsverband als geheel eerst berekend en vervolgens naar verhouding verdeeld over de firmanten.

Bron: Rb. Den Haag 17-5-2019 (publ.12-8-2019), nr. 18_7792 (ECLI:NL:RBDHA:2019:5262); Rb. Den Haag 17-5-2019 (publ.12-8-2019), nr. 18_7781 (ECLI:NL:RBDHA:2019:5263); Hof Den Bosch 30-11-2017, nr. 16/00292 (ECLI:NL:GHSHE:2017:5282)
Wet: art. 3.41 Wet IB 2001 (tekst 2016)

Zie ook: Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)