2% overdrachtsbelasting op verkrijging kluskavel

01 juni 2018

2% overdrachtsbelasting op verkrijging kluskavel

Op de verkrijging van een kluskavel in een voormalig kantoorpand is het overdrachtsbelastingtarief van 2% van toepassing. Door de verbouwingswerkzaamheden en de splitsing in appartementsrechten is het pand naar zijn aard bestemd geworden tot bewoning.

Een voormalig bedrijfs- en kantoorpand was door de gemeente getransformeerd in voor wonen en werken bestemde appartementsrechten. Op het moment van verkrijging van de appartementsrechten was het pand gestript tot casco en was er ondermeer een basisinfrastructuur voor nutsvoorzieningen en riolering aangelegd. Toekomstige eigenaren moesten de ‘kluskavels’ naar eigen inzicht aan de hand van bouwvoorschriften te voltooien. De inspecteur berekent over de verkrijging van zo’n appartementsrecht door een echtpaar 6% overdrachtsbelasting. Hij stelde dat een onroerende zaak die geen woning is maar wordt verbouwd tot woning niet in aanmerking komt voor het 2% tarief overdrachtsbelasting.

Voor de vraag of de kluskavel als woning voor toepassing van het verlaagde tarief overdrachtsbelasting was aan te merken, verwees Rechtbank Den Haag naar een arrest van de Hoge Raad van 24 februari 2017 (ECLI:NL:HR:2017:295). De rechtbank overwoog dat de kavel op het moment van de verkrijging niet zijn bestemming als kantoorpand had behouden, maar dat niet gezegd kon worden dat het inmiddels naar zijn aard bestemd was voor bewoning. De rechtbank kent doorslaggevende betekenis toe aan de eisen en/of beperkingen uit de publiekrechtelijke voorschriften voor het gebruik van de onroerende zaak. Gelet op de omgevingsvergunning van het echtpaar voor het bouwen van een woning, oordeelde de rechtbank dat de onroerende zaak op grond van publiekrechtelijke voorschriften alleen bestemd was voor bewoning en het lage overdrachtsbelastingtarief (2%) ten onrechte niet was toegepast.

Hof Den Haag is het met het eindoordeel van de rechtbank eens, maar onderbouwt haar beslissing anders. Zij oordeelde dat het pand door de verbouwingswerkzaamheden en de splitsing in appartementsrechten naar zijn aard bestemd was geworden tot bewoning. De afgegeven publiekrechtelijke vergunningen voor bewoning waren niet beslissend maar wel mederichtinggevend. Hoger beroep ongegrond.

Bron: Hof Den Haag 25-05-2018 (gepubliceerd 31-05-2018), BK-18/00021 (ECLI:NL:GHDHA:2018:1301)