Tekortschietende boekhouder, strafrechtelijke veroordeling bestuurder

07 augustus 2017

Tekortschietende boekhouder, strafrechtelijke veroordeling bestuurder

Hoewel de boekhouder ernstig nalatig is geweest in haar werkzaamheden, gaat de bestuurder van een bv niet vrijuit. Ondanks haar beperkte fiscale en boekhoudkundige kennis had zij, gelet op de grote verschillen in vergelijking met de gang van zaken bij haar eerdere boekhouder, moeten ingrijpen.

Een bestuurder van een bv is ten laste gelegd dat zij meermalen opdracht heeft gegeven voor het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting, waardoor te weinig belasting is geheven. Zij verdedigt zich met de stelling dat zij slechts beperkte fiscale en boekhoudkundige kennis heeft en dat het haar boekhouder is geweest die ernstig nalatig is geweest. Zij zou dan ook vrijuit moeten gaan.

Hof Den Bosch overweegt dat het inderdaad de boekhouder was die ernstig nalatig is geweest. De aan de boekhouder gegeven opdracht tot het opmaken van jaarrekeningen en het doen van aangiften vennootschapsbelasting is niet nagekomen, terwijl ook de daarvoor benodigde verwerking van de administratie door de boekhouder niet of nauwelijks is uitgevoerd. Voorts heeft de boekhouder bij het doen van de aangiften omzetbelasting genoegen genomen met de door de bestuurder doorgegeven bedragen zonder te verifiëren of deze juist waren. Echter, dat de boekhouder in haar werk ernstig tekort is geschoten, betekent volgens het hof niet zonder meer dat de bestuurder vrijuit gaat. Daarbij overweegt het hof dat zij redelijkerwijs actie had moeten ondernemen toen de jaarstukken en suppletieaangiften uitbleven. Dit heeft zij nagelaten. Sterker, zij bleef doorgaan met het doorgeven van (onjuiste) omzetbelastinggegevens op grond waarvan de boekhouder namens de bv de aangiften omzetbelasting indiende. Zij gaf maandelijks aan de boekhouder alleen de bedragen aan omzetbelasting door, die in de aangiften moesten worden opgenomen, zodat zij, ondanks haar beperkte fiscale en boekhoudkundige kennis, wist dan wel redelijkerwijs had moeten weten dat deze door haar doorgegeven bedragen, ten tijde van het doen van die aangiften niet door de boekhouder werden gecontroleerd. Het hof oordeelt vervolgens dat zij is tekortgeschoten in haar samenwerking met de boekhouder. Dit leidt tot de conclusie dat zij bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de aangiften omzetbelasting onjuist werden ingediend. Aldus was volgens het hof sprake van voorwaardelijk opzet op de verboden gedragingen. Het hof legt haar een taakstraf op van 160 uren subsidiair 80 dagen, waarvan de helft voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Bron: Hof Den Bosch 4-07-2017, 20-004067-14 (ECLI:NL:GHSHE:2017:2996)
Wet: art. 69 AWR