Miscommunicatie levert geen verschoonbare termijnoverschrijding op

10 augustus 2017

Miscommunicatie levert geen verschoonbare termijnoverschrijding op

De inspecteur merkt een verzoek om herziening van een aanslag aan als hoger beroepschrift en stuurt het door naar het hof. Dit hoger beroep wordt niet ontvankelijk verklaard wegen termijnoverschrijding. De belastingplichtige beroept zich op miscommunicatie tussen hem, de inspecteur en de rechter, maar volgens Hof  Arnhem-Leeuwarden levert dat geen verschoonbare termijnoverschrijding op.

Een man is tegen een uitspraak op bezwaar in beroep gegaan. De rechtbank verklaart zijn beroep gegrond en beslist op 28 juli 2015 dat zijn aanslag IB/PVV 2012 dient te worden verminderd. Op 29 juli 2015 stuurt de man de inspecteur – onder verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank – een brief met het verzoek om een nieuwe beschikking te nemen. Op 25 augustus 2015 vermindert de inspecteur de aanslag van de man conform de rechtbankuitspraak. De man stuurt op 9 september 2015 de inspecteur een brief met de mededeling dat zijn aanslag nog verder verminderd dient te worden. De door de rechtbank in haar uitspraak in aanmerking genomen inkomsten zijn volgens hem onjuist. De man stelt dat op grond van art. 4:6 AWB zijn aanslag dient te worden herzien. Er volgt een mailcorrespondentie tussen hem en de inspecteur. De inspecteur maakt uit mail van de man op dat hij van mening is dat de rechtbank een onjuiste uitspraak heeft gedaan en merkt daarom zijn brief van 9 september 2015 als hoger beroepschrift aan. Volgens de man is zijn brief geen hoger beroepschrift, maar een verzoek om herziening van zijn aanslag. De inspecteur stelt het verzoek van de man niet in behandeling te kunnen nemen omdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan. Hij stuurt de brief van de man op 20 oktober 2015 door naar Hof Arnhem-Leeuwarden. De man betaalt griffierecht. Het hof verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep vanwege overschrijding van de beroepstermijn. De hogerberoepstermijn eindigde namelijk op 8 september 2015. De man gaat hiertegen in verzet. Hij stelt dat hij tijdig hoger beroep heeft ingesteld en verwijst hiervoor naar vanaf 29 juli 2015 met de inspecteur gevoerde correspondentie. Uit die eerdere correspondentie valt volgens het hof echter niet op te maken dat de man het niet eens is met de uitspraak van de rechtbank en bedoeld heeft hoger beroep in te stellen. De man stelt vervolgens dat sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding omdat sprake was van miscommunicatie tussen hem, de inspecteur en de rechtbank. Het hof gaat hierin niet mee. Het verzet van de man is ongegrond.

Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 27-06-2017, 15/01380 t/m 15/01381 (ECLI:NL:GHARL:2017:5469)
Wet: art. 6:4, 6:7, 6:24 Awb