Omkering bewijslast na onherroepelijke informatiebeschikking

08 augustus 2017

Omkering bewijslast na onherroepelijke informatiebeschikking

De inspecteur heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de informatiebeschikking door de man is ontvangen. De omkering van de bewijslast is terecht. De aanslagen zijn gebaseerd op een redelijke schatting.

De inspecteur heeft aan een man vragen gesteld over in het buitenland aangehouden vermogen. Daarbij heeft de inspecteur hem gewezen op de (bewijsrechtelijke) gevolgen van het niet verstrekken van informatie. De man heeft ontkend over buitenlands vermogen te beschikken. Omdat hij de gevraagde gegevens en informatie niet verstrekt, legt de inspecteur een informatiebeschikking op en vervolgens navorderingsaanslagen IB/PVV en vermogensbelasting, welke aanslagen gebaseerd zijn op schattingen. 

Na het overlijden van de man gaat zijn zus, als enig erfgenaam, tegen de aanslagen in bezwaar en uiteindelijk in hoger beroep. Zij stelt zich op het standpunt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de bewijslast is omgekeerd en verzwaard. Zij stelt dat niet aannemelijk is dat de informatiebeschikking is verzonden en dat haar broer de informatiebeschikking niet heeft ontvangen. Het had op de weg van de inspecteur gelegen het tegendeel aannemelijk te maken. Zij betwist verder dat de navorderingsaanslagen uitgaande van een redelijke schatting van het inkomen en het vermogen zijn opgelegd.

Met betrekking tot de verzending van informatiebeschikkingen merkt het hof eerst in het algemeen op dat het bij een informatiebeschikking om een belangrijk stuk gaat waaraan voor een belanghebbende en voor de Belastingdienst belangrijke gevolgen zijn verbonden met vergaande invloed op de verdeling van de bewijslast. Een verzending per aangetekende post is echter niet verplicht. Bij betwisting van de ontvangst, ligt de bewijslast voor de stelling dat de beschikking is verzonden bij het bestuursorgaan. Naar het oordeel van het hof heeft de inspecteur in het onderhavige geval de verzending van de informatiebeschikking voldoende aannemelijk gemaakt. Deze informatiebeschikking is onherroepelijk komen vast te staan. De vereiste aangifte is niet gedaan. Het hof oordeelt vervolgens dat de inspecteur bij de schatting van het buitenlandse vermogen van de man de gegevens die zijn verstrekt door verschillende banken en een verklaring van de vaste chauffeur van de man in aanmerking mocht nemen. Het hof beslist dat de omkering en verzwaring van de bewijslast terecht is en de aanslagen gebaseerd zijn op een redelijke schatting. Het hoger beroep is ongegrond.

Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 27-06-2017, 16/00820, 16/00821 en 16/00850 t/m 16/00860 (ECLI:NL:GHARL:2017:5406)
Wet: art. 47, 49, 52a AWR