Aftrek van rente ook voor financiering huurderslasten

23 november 2021

Rechtbank Zeeland-West-Brabant is het niet met de inspecteur eens voor wat betreft de aftrek van rente op een lening voor verbetering en onderhoud van een eigen woning. Ook de rente voor een lening voor kosten die in huurdersverhoudingen door de huurder worden voldaan is aftrekbaar.


Een man heeft twee onroerende zaken gekocht voor € 2.068.564. Een van de onroerende zaken gaat de man als eigen woning gebruiken. Van de aankoopprijs rekent de man € 1.797.666 toe aan die woning. De koopprijs heeft de man gefinancierd. Voor een grondige verbouwing van de woning heeft de eigenaar bijna € 3 miljoen geleend. In zijn aangifte heeft de eigenaar € 4,3 miljoen aangemerkt als eigenwoningschuld. Bij de aanslagregeling heeft de inspecteur de rente voor een groot deel niet als rente van een eigenwoningschuld geaccepteerd. Na gemaakt bezwaar heeft de inspecteur zijn correcties van de rente voor een groot deel terug gedraaid. De man gaat desondanks in beroep tegen de uitspraak op bezwaar.
Bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant is in geschil of het resterende bedrag aan rente aftrekbaar is. De inspecteur is van oordeel dat de rente niet aftrekbaar is. Een schuld voor kosten die in huurdersverhoudingen als zogenoemde huurderslasten moeten worden aangemerkt, is geen eigenwoningschuld, aldus de inspecteur. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur het begrip onderhoud of verbetering van de eigen woning te eng uitlegt. Nergens in de wet staat dat alleen kosten die in huurdersverhoudingen door de eigenaar van de woning worden betaald tot kosten van 'verbetering of onderhoud' van een woning behoren. De rechtbank oordeelt dat de eigenaar de in geding zijnde rente in aftrek mag brengen.
De man heeft bij de rechtbank ook nog gevraagd om een kostenvergoeding voor de bezwaarfase. Op 13 oktober 2016 heeft de man een brief beantwoord van de Belastingdienst over de kosten van onderhoud van de woning. Vervolgens heeft de man gedurende negen maanden niets van de Belastingdienst gehoord. Op 18 juli 2017 ontvangt de man een tweede vragenbrief die pas in oktober kon worden beantwoord. Daardoor is de inspecteur in tijdnood gekomen en heeft hij een aanslag ter behoud van rechten opgelegd. Bij de aanslagoplegging is een groot deel van de in aftrek gebrachte rente gecorrigeerd. Na gemaakt bezwaar heeft de Belastingdienst de correctie van de rente voor een groot deel teruggenomen. De rechtbank vindt dat de inspecteur hier zeer onzorgvuldig en tegen beter weten in heeft gehandeld en veroordeelt de inspecteur ook nog tot betaling van € 2.500 kostenvergoeding voor de bezwaarfase.

Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 11-11-2021 (gepubl. 22-11-2021) ( ECLI:NL:RBZWB:2021:5709 gavel )
Wet: art. 3.119a Wet IB 2001 scales