Kamer kritisch over nieuwe fiscale aandelenoptieregeling

23 juni 2022

In de Tweede Kamer is het wetsvoorstel Wet aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten voor start-ups opnieuw besproken. Kamerleden zijn bezorgd over oneigenlijk gebruik van de regeling.


De regeling is bedoeld om start-ups en scale-ups de mogelijkheid te bieden aandelenopties als loon uitbetalen. Deze ondernemingen hebben mogelijk onvoldoende geld om ondernemend, technisch en ICT-personeel een concurrerend salaris te bieden. Van Rij regelt met het voorstel dat er pas belasting wordt geheven als de desbetreffende aandelen verhandelbaar zijn, uiterlijk na vijf jaar, over de waarde van dat moment.
In tegenstelling tot de Tweede Kamer verwacht Van Rij dat niet of nauwelijks oneigenlijk gebruik van de regeling wordt gemaakt. Wanneer in de praktijk blijkt dat vooral bedrijven waar de regeling niet voor is bedoeld gebruikmaken van de regeling, moet de wetgever in actie komen. De staatssecretaris zegt toe dat hij niet tot de evaluatie over vijf jaar zal wachten als blijkt dat de regeling niet aan haar doel beantwoordt.
Van Rij is geen voorstander van een amendement om de toepassing van de nieuwe maatregel voor aandelenoptierechten tot bedrijven met maximaal 100 werknemers te beperken. Dit maakt de regeling complexer en lastiger uitvoerbaar. Het betekent ook dat de maatregel niet op 1 januari 2023 in werking kan treden, omdat het kabinet dan een steunaanvraag bij de Europese Commissie moet indienen. Op de vraag of het niet veel eenvoudiger is om een betalingsregeling te op te stellen antwoordt Van Rij dat hier serieus naar is gekeken maar dat dit veel te bewerkelijk is voor de Belastingdienst. Tijdens het debat werden nog een aantal moties ingediend, onder meer om beleidsopties te onderzoeken om het vestigingsklimaat voor start-ups verder te versterken en hoe winstdelingsregelingen voor werknemers aantrekkelijker gemaakt kunnen worden.
De Kamer stemt op 28 juni over het wetsvoorstel en de tijdens het debat ingediende moties.

Bron: Tweede Kamer 21-06-2022, 94e vergadering