Kabinet geeft reactie op IBO vermogensverdeling

22 september 2022

De bewindslieden Kaag en Van Rij van Financiën hebben de kabinetsreactie op het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) vermogensverdeling naar de Tweede Kamer gestuurd. Het IBO-rapport ‘Licht uit, spot aan: de vermogensverdeling’ is volgens het kabinet een waardevol onderzoek over de verdeling van vermogen en de rol van overheidsbeleid hierbij.


Volgens het kabinet zijn de geconstateerde fiscale onevenwichtigheden, opmerkelijke belastingconstructies en negatief geëvalueerde fiscale regelingen te lang over het hoofd gezien en moeten deze worden aangepakt. Het kabinet koestert het uitgangspunt dat werk moet lonen en gaat hiermee deze kabinetsperiode aan de slag door het zwaarder belasten van vermogen, wat ruimte schept om de lasten op arbeid voor werknemers en werkgevers te verlagen. Het kabinet hanteert een gefaseerde aanpak in het wegnemen van andere fiscale onevenwichtigheden en de aanpak van belastingconstructies en oneigenlijk gebruik van fiscale regelingen.

In de Miljoenennota zijn de volgende maatregelen opgenomen die voor een deel eerder in het coalitieakkoord en de Voorjaarsnota zijn aangekondigd:

  • Afschaffing jubelton in de schenkbelasting.

  • Verhogen van de overdrachtsbelasting op niet-woningen van 8% naar (uiteindelijk) 10,4%.

  • Afschaffing van de doelmatigheidsmarge gebruikelijk loon voor dga’s. In eerste instantie zou de doelmatigheidsmarge per 2023 worden verlaagd van 25% naar 15%.

  • Aanpassing van het gedifferentieerde tarief in box 2, zoals gepresenteerd in de Voorjaarsnota, in 2024 naar 24,5% tot een box 2-inkomen van € 67.000 en 31% voor het inkomen daarboven.

  • Uitfasering van de fiscale oudedagsreserve (FOR) voor IB-ondernemers door het met ingang van 1 januari 2023 niet meer fiscaal gefaciliteerd te mogen opbouwen van de FOR.

  • Snellere afbouw en verdere verlaging van de zelfstandigenaftrek naar € 900.

  • Verlaging van de schijfgrens in de Vpb per 2023 van € 395.000 voor het lage tarief verlaagd naar € 200.000 en verhoging van het lage Vpb-tarief van 15% naar 19% per 2023. De opbrengst wordt teruggegeven aan het MKB door verlaging van de Aof-premie voor kleine werkgevers, tijdelijke verruiming van de werkkostenregeling (WKR) en verhoging van de EIA, MIA en de VAMIL.

  • Verhoging van het box 3-tarief met stapjes van 1% verhoogd naar 34% in 2025 in combinatie met een verhoging van het heffingvrij vermogen van circa € 50.000 naar circa € 57.000.

  • Aftopping van de periodieke giftenaftrek in de inkomstenbelasting per 2023 afgetopt op € 250.000 per huishouden.

  • Inboeken van een taakstellende opbrengst oplopend tot structureel € 550 miljoen voor de aanpak van opmerkelijke belastingconstructies en oneigenlijk gebruik van fiscale regelingen. Onderdeel daarvan is in ieder geval het standaard aanmerken van verhuurd vastgoed als beleggingsvermogen in de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) in de schenk- en erfbelasting en de doorschuifregeling (DSR) in de inkomstenbelasting.

Het beperken van de mogelijkheden voor het lenen van de eigen bv van dga’s tot € 700.000 per 2023 is ondergebracht in het wetsvoorstel Wet Excessief lenen bij de eigen bv dat inmiddels is aangenomen door de Tweede Kamer.

Een kabinetsreactie op de recente evaluatie van de BOR volgt in november dit jaar waarbij het kabinet zal ingaan op wat nodig is om te voldoen aan de afspraken uit het coalitieakkoord, namelijk het ondersteunen van de continuïteit van familiebedrijven door reële bedrijfsopvolging eenvoudiger en eerlijker te maken en oneigenlijk gebruik van de vrijstelling tegen te gaan. Voor het kabinet is het nu prioriteit om het toekomstige stelsel op basis van werkelijk rendement in box 3 vorm te geven. Daarnaast wordt de aanbeveling uit het IBO ter harte genomen om herziening van het boxenstelsel te onderzoeken.

Verder wil het kabinet in het kader van meten is weten de ontwikkelingen in de vermogensverdeling consistent, in samenhang en periodiek in beeld brengen, zodat deze kennis explicieter in de beleidsvorming kan meelopen. Het kabinet wil dit doen aan de hand van de volgende beleidsopties:

  1. Monitoren en presenteren bij besluitvorming van ontwikkeling belastingtarieven verschillende typen werkenden en belastingdruk van verschillende vermogenssoorten.

  2. Periodiek / jaarlijks in beeld brengen van opmerkelijke belastingconstructies

  3. Jaarlijks de vermogensverdeling in beeld brengen

  4. Continue aandacht voor verbetering van informatie over vermogens(verdeling)

  5. Borgen van aangiftedata over vermogen en daarbij overwegen om een aandeelhoudersregister in te voeren.

Bron: MvF 20-09-2022, nr. 2022-0000231150 – Kamerbrief