Niet-geheven dividendbelasting is geen voorheffing

26 september 2022

Dividendbelasting die niet is geheven, vormt geen voorbelasting die is te verrekenen met een vervreemdingsvoordeel uit aanmerkelijk belang. Zelfs niet als (na)heffing wel mogelijk was.


Een man houdt een indirect aanmerkelijk belang (ab) in een vennootschap met een aandeel van 10% in een andere bv. Deze vennootschap draagt dat belang aan de man over. De akte vermeldt een nominale waarde van € 5.000 als aankooprijs. De werkelijke aankoopprijs bedraagt € 269.753, zo blijkt uit de jaarrekening. De bv koopt in 2017 de aandelen van de man in tegen de intrinsieke waarde à € 371.566. De bv draagt daarbij geen dividendbelasting af, noch heft de Belastingdienst. dividendbelasting van de bv na. De inspecteur merkt wel een bedrag van € 371.566 -/- € 269.753 = € 101.813 aan als een belast vervreemdingsvoordeel uit ab. De fiscus rekent de helft van dit bedrag toe aan de man en de andere helft aan zijn echtgenote.
De man en zijn echtgenoten zijn het oneens met de berekening. Volgens hen is het bedrag van € 371.566 een netto-bedrag. Daardoor zouden zij ieder de helft van € 64.688 aan dividendbelasting mogen verrekenen als voorheffing. Daarnaast wijzen de echtgenoten erop dat zij borg hebben gestaan voor de beheervennootschap die alle aandelen houdt in de vennootschap die het belang van 10% heeft overgedragen. In 2017 heeft de bank de echtgenoten aangesproken voor de schulden van de beheervennootschap. In 2018 hebben de echtgenoten ter voldoening aan de borgstelling de bank € 90.707 betaald. Zij stellen ook ieder de helft van dit bedrag te mogen aftrekken van hun aandeel in het vervreemdingsvoordeel uit ab.
Wanneer het geschil echter voor Hof Arnhem-Leeuwarden belandt, constateert het hof dat geen dividendbelasting is geheven. De akte van overdracht van de aandelen toont niet dat het een netto-uitkering betreft. Dat de fiscus dividendbelasting had kunnen naheffen, betekent nog niet dat er dividendbelasting is geheven. De betaling vanwege de borgstelling is ook niet te verrekenen met het vervreemdingsvoordeel uit ab. Deze borgstelling is namelijk onzakelijk. Bovendien heeft de betaling in 2018 plaatsgevonden. Het hof verklaart de beroepsschriften van de echtgenoten dan ook ongegrond.

Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 13-09-2022 (gepubl. 23-09-2022) ( ECLI:NL:GHARL:2022:7922 gavel ) en ( ECLI:NL:GHARL:2022:7923 gavel )
Wet: art. 15 scales AWR en art. 4.12 onderdeel b scales en art. 9.2 lid 1 onderdeel b scales Wet IB 2001
Practice note: Aanmerkelijk belang (inkomen) spiralbound