HR: Geen vorderingsrecht door nietige overeenkomst

02 december 2019

Wijkt een overeenkomst van periodieke verrekening af van opgestelde huwelijkse voorwaarden? En voldoet die overeenkomst niet aan de vormvoorschriften? Dan is de overeenkomst nietig en kunnen hieruit volgens de Hoge Raad in beginsel geen vorderingsrechten ontstaan.

In 1979 huwt een vrouw op huwelijkse voorwaarden. De man en de vrouw hebben in de huwelijkse voorwaarden elke huwelijksgoederengemeenschap uitgesloten en ze hebben een wettelijk deelgenootschap ingesteld. Op 28 september 2009 sluit de vrouw met de man een overeenkomst met als titel ‘Verrekening verleden huwelijkse voorwaarden (Verrekening van het verleden bij periodiek verrekenbeding)’. De man heeft hierbij de helft van de waarde van de echtelijke woning schuldig erkend aan de vrouw. De woning was volledig eigendom van de man. Verder heeft de man een bedrag van € 10 miljoen schuldig erkend aan de vrouw. De man is gefailleerd.
Op 21 juni 2016 heeft Hof Arnhem-Leeuwarden geoordeeld dat de hiervoor genoemde overeenkomst nietig is. De reden is dat die overeenkomst een vorm van periodieke verrekening is die niet overeenkomt met de in 1979 gesloten huwelijkse voorwaarden. Bovendien kunnen huwelijkse voorwaarden alleen door een notariële akte worden gewijzigd en daaraan was hier niet voldaan. In de fiscale zaak heeft Hof Arnhem-Leeuwarden vervolgens geoordeeld dat het bewijs ontbreekt dat de vrouw en de man andere huwelijkse voorwaarden overeen zijn gekomen, omdat de notariële akte er niet is en de rechterlijke goedkeuring voor wijziging van de huwelijkse voorwaarden staande huwelijk ontbreekt. Vervolgens oordeelde het hof dat de vrouw door de overeenkomst een vorderingsrecht op de man had verkregen. Aan de voorwaarden voor schenking was dan ook voldaan. Hiervoor moet een vermogensverschuiving hebben plaatsgevonden, verarming van de echtgenoot en verrijking van de vrouw.
De vrouw is het niet eens met het oordeel van het hof en is in cassatie gegaan. De Hoge Raad vindt de gevolgtrekking waar het hof toe komt onbegrijpelijk. Het hof verwijst naar het door Hof Arnhem-Leeuwarden op 21 juni 2016 gegeven oordeel dat de overeenkomst nietig is en trekt daaruit de conclusie dat een vorderingsrecht van de vrouw op de man is ontstaan. Dat kan niet volgens de Hoge Raad. Uit een nietige overeenkomst kan geen vorderingsrecht voor de vrouw ontstaan.

Bron: Hoge Raad 29-11-2019, nr. 19/00667 (ECLI:NL:HR:2019:1873); Hof Arnhem-Leeuwarden 03-01-2019, nr. 17/00952 (gepubl. 11-01-2019) (ECLI:NL:GHARL:2019:2); Rb. Gelderland 13-09-2017, AWB - 16 _ 5455, (gepubl. 4-10-2017) (ECLI:NL:RBGEL:2017:4712)
Wet: art. 1 lid 1, onder 2o en lid 7 SW 1956
Meer info: Vaststellingsovereenkomst verrekening kan schenking zijn (BZ Actueel, 14-01-2019)