Verkoopopbrengst pand geen ROW

02 december 2019

Als iemand vermogen rendabel maakt dat normaal actief vermogensbeheer te buiten gaat, is sprake van resultaat uit overige werkzaamheden, bijvoorbeeld bij het uitponden van onroerende zaken, het aanwenden van voorkennis of daarmee vergelijkbare bijzondere vormen van kennis.

Een adviseur en heeft een cliënt die in financiële problemen verkeerde. De cliënt heeft (indirect) twee panden. Een van de panden verhuurt de cliënt aan een bank en het andere aan zijn moeder (hierna: de moeder). Voor het verbeteren van zijn liquiditeitspositie wil de cliënt twee panden verkopen. De adviseur tipt een vriend dat de cliënt twee panden wil verkopen. Die vriend koopt na een bezichtiging voor € 137.500 de twee panden gezamenlijk. Daarvan heeft € 47.500 betrekking op het aan de moeder van de cliënt verhuurde pand. Korte tijd na aankoop van het aan de moeder verhuurde pand, is zij overleden. Korte tijd na het overlijden van de moeder heeft de vriend het pand voor € 102.000 verkocht. De Belastingdienst legt een navorderingsaanslag op voor de verkoopwinst. De inspecteur stelt dat het behaalde resultaat belast is als resultaat uit overige werkzaamheden.
Rechtbank Gelderland is het niet met de inspecteur eens. Volgens de rechtbank heeft de inspecteur niet aangetoond dat de vriend bij de aankoop van het pand van moeder over voorkennis beschikte of vergelijkbare bijzondere kennis. Er kan daarom geen sprake zijn van belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden. De rechtbank komt dat het oordeel onder meer vanwege het feit dat de vriend over minder informatie beschikt dan de adviseur en de kennis van de adviseur niet kan worden toegerekend aan de vriend. Die vriend is weliswaar op de hoogte van de financiële problemen van de cliënt, maar niet van de ernst van de problemen. Ook het feit dat de vriend weet dat moeder het pand huurde, is niet een feit van bijzondere kennis. De inspecteur heeft niet aangetoond dat de vriend heeft geweten dat de moeder snel zou komen te overlijden. Bovendien al was de vriend voornemens het pand snel te verkopen, dan nog wist hij niet hoe lang moeder zou leven en wat hij voor het pand zou krijgen, zolang de moeder in het pand woonde.

Bron: Rb. Gelderland 20-09-2019, nr. AWB - 17 _ 3086, (gepubl. 27-11-2019), (ECLI:NL:RBGEL:2019:4232)
Wet: art. 3.91 lid 1 letter c Wet IB 2001