Afwijzing vrijstelling loonheffing gesloten voor bezwaar

10 februari 2020

Men kan geen bezwaar aantekenen tegen een afwijzing van een verzoek om vrijstelling van de inhouding van loonheffing, zo oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Een vrouw woont in Portugal, maar ontvangt een AOW-uitkering uit Nederland. Zij verzoekt de Nederlandse fiscus om een vrijstelling van de inhouding van loonbelasting op deze uitkering vanaf 1 januari 2019. De Belastingdienst wijst haar verzoek af. Daarop dient de vrouw een bezwaarschrift in tegen deze afwijzing. Wanneer de inspecteur dat bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaart, begint de vrouw een beroepsprocedure. De rechtbank oordeelt echter dat de fiscus het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De beslissing op een verzoek om een vrijstelling van loonheffing - zoals in deze zaak - is al lang geen voor bezwaar vatbare beschikking meer. Tot 1 januari 2003 was dat nog het geval. Overigens wil de rechtbank wel de vraag behandelen of terecht loonheffing is ingehouden. Dat zal echter een nieuwe zaak worden.

Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 17-12-2019, nr. BRE 19/1880 (gepubl. 05-02-2020) (ECLI:NL:RBZWB:2019:5585)
Wet: art. 27 lid 7 Wet LB 1964 (tekst 31-12-2002) en 26 AWR