Interne postinstructie onvoldoende bewijs tijdige verzending

11 februari 2020

Is een aanslagbiljet voor douaneschulden niet tijdig verzonden, dan verjaren die douaneschulden. Een aanslagbiljet is tijdig ter post bezorgd als het voor de vervaldatum is aangeboden aan een postvervoerder. Een door de inspecteur gedane verklaring ondersteund door een interne werkinstructie is onvoldoende om tijdige terpostbezorging te bewijzen.

Met dagtekening 19 juni 2014 ontvangt een ondernemer uit Polen voor invoerrechten en antidumpingrechten een aanslagbiljet. Die douaneschulden hebben betrekking op het in het vrije verkeer brengen van weefsels van glasvezels. Bij de Hoge Raad is in geschil of de belastingschulden zijn verjaard, omdat het aanslagbiljet te laat door de Belastingdienst is verzonden.
Hof Amsterdam oordeelde dat de douaneschulden niet zijn verjaard. De inspecteur heeft de tijdige verzending van het aanslagbiljet gemotiveerd met de mededeling dat alle poststukken binnen de Belastingdienst naar de postvervoerder gaan op de dag van de dagtekening of zelfs een dag ervoor. Ook heeft de inspecteur voor zijn stelling een interne werkinstructie overgelegd. De inspecteur heeft daarmee volgens het hof aangetoond dat het aanslagbiljet tijdig aan de postvervoerder is aangeboden.

In cassatie houdt dit bewijsoordeel echter geen stand. De Hoge Raad stelt voorop dat de dag van terpostbezorging van het aanslagbiljet bepalend is voor tijdige ‘terpostbezorging’ door de Belastingdienst.
Is het hof uitgegaan van het oordeel dat voor ‘terpostbezorging’ voldoende is dat de inspecteur of de ontvanger een poststuk intern afgeeft voor verzending per post? Dan berust dat op een onjuiste rechtsopvatting. Als het hof voor ‘terpostbezorging’ wel van de juiste rechtsopvatting is uitgegaan, is dat oordeel in dit geval niet cassatieproof. Van terpostbezorging is sprake als het poststuk aan een postvervoerder is aangeboden. Het hof had de tijdige terpostbezorging niet zonder meer uit de werkinstructie en de verklaringen van de inspecteur mogen afleiden volgens de Hoge Raad.
De Hoge Raad verwijst de zaak naar Hof Amsterdam voor verder onderzoek.

Bron: HR 07-02-2020, nr. 17/03159, (ECLI:NL:HR:2020:202); Hof Amsterdam 23-05-2017, nr. 16/00204, (gepubl. 02-08-2017), (ECLI:NL:GHAMS:2017:3032)
Wet: art. 221 lid 3 CDW (tekst 2011), art. 7:6 ADW en art. 3:41 AWB