Home

Kosten inzake schending samenwerkingsovereenkomst en aankoopkosten deelneming (art. 13, eerste lid, Wet Vpb 1969)

Kosten inzake schending samenwerkingsovereenkomst en aankoopkosten deelneming (art. 13, eerste lid, Wet Vpb 1969)

Gegevens

Kenmerk
KG:023:2026:1
Publicatiedatum
18 mei 2026
Bron
Kennisgroepen Standpunten
Status
Geldig

Aanleiding

Belastingplichtige en X gaan een samenwerking aan en richten daartoe gezamenlijk een vennootschap op. Ter zake van het in deze vennootschap gehouden aandelenbelang is bij belastingplichtige de deelnemingsvrijstelling van toepassing. Belastingplichtige en X hebben een samenwerkingsovereenkomst gesloten, op grond waarvan X een inspanningsverplichting heeft die er uiteindelijk toe moet leiden dat het rendement op het aandelenbelang wordt vergroot. Belastingplichtige stelt dat X deze inspanningsverplichting niet is nagekomen en vordert om die reden een schadevergoeding. In verband hiermee maakt belastingplichtige kosten, waaronder advocaatkosten.

Vraag

Zijn de kosten die de belastingplichtige maakt aan te merken als kosten ter zake van de verwerving van een deelneming in de zin van artikel 13, eerste lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb 1969)?

Antwoord

Nee. De kosten zijn niet aan te merken als kosten ter zake van de verwerving van een deelneming in de zin van artikel 13, eerste lid, Wet Vpb 1969. Het vereiste rechtstreeks oorzakelijke verband tussen de kosten en de verwerving van de deelneming ontbreekt. Het aftrekverbod is daarom niet van toepassing.

Beschouwing

Wettelijk kader

Op grond van artikel 13, eerste lid, Wet Vpb 1969 blijven bij het bepalen van de winst voordelen uit hoofde van een deelneming, alsmede de kosten ter zake van de verwerving of vervreemding van die deelneming, buiten aanmerking.

Parlementaire behandeling

Rechtspraak

Aftrekverbod en schending samenwerkingsovereenkomst