Home

Reguliere werknemersparticipatie en beloningsoogmerk lucratief belang

Reguliere werknemersparticipatie en beloningsoogmerk lucratief belang

Gegevens

Kenmerk
KG:059:2026:1
Publicatiedatum
5 februari 2026
Bron
Kennisgroepen Standpunten
Status
Geldig

Aanleiding

Werknemer C is in dienstbetrekking bij W BV. De aandelen in W BV worden indirect gehouden door A en B. C krijgt het aanbod om indirect 10% van de aandelen in W BV te verwerven. De waarde van de aandelen in W BV wordt bepaald op € 4.000.000. Deze waarde is afgestemd met en akkoord bevonden door de Belastingdienst. Het aandelenkapitaal van W BV bestaat uitsluitend uit gewone aandelen. A en B hebben direct noch indirect leningen aan W BV verstrekt. De aandelen W BV kennen ook overigens geen bijzondere condities.

De vennootschappelijke structuur vóór toetreding door C kan als volgt worden weergegeven:

A houdt 100% van de aandelen in HA bv. B houdt 100% van de aandelen in HB bv. HA bv en HB bv zijn ieder voor 50% aandeelhouder van W bv

In het kader van de toetreding van werknemer C wordt TH BV opgericht door HA BV en HB BV. Het geplaatste nominale aandelenkapitaal bedraagt € 100.000. HA BV en HB BV storten de aandelen W BV op de gewone aandelen. Daardoor ontstaat een agio van € 3.900.000.

C richt HC BV op. Het geplaatste aandelenkapitaal bedraagt € 1.000. C stort € 40.000 op de gewone aandelen HC BV, waardoor tot een bedrag van € 39.000 agio in HC BV ontstaat.

HA BV en HB BV verkopen 10% van de aandelen TH BV aan HC BV voor in totaal € 400.000.

Voor de financiering van de koopsom lenen A en B gezamenlijk € 360.000 aan HC BV. HC BV legt € 40.000 aan eigen middelen in. De lening van A en van B aan HC BV kent de volgende voorwaarden:

  • De looptijd is 5 jaar;

  • Voor de lening geldt een jaarlijkse verplichte aflossing van 20%;

  • Dividenden en vervreemdingswinsten op de aandelen in TH BV worden verplicht aangewend voor de betaling van de verschuldigde rente en aflossing van de lening;

  • De rente is 2% en is jaarlijks verschuldigd;

  • Als zekerheid is een pandrecht op de aandelen TH BV verstrekt;

  • De lening wordt niet kwijtgescholden als bij de verkoop van de aandelen TH BV een restschuld overblijft.

Na toetreding van C kan de vennootschappelijke structuur als volgt worden weergegeven:

A houdt 100% van de aandelen in HA bv. B houdt 100% van de aandelen in HB bv. C houdt 100% van de aandelen in HC bv. HA bv en HB bv zijn ieder voor 45% aandeelhouder van de nieuw opgerichte vennootschap TH bv. HC bv is voor 10% aandeelhouder van TH bv. Het geplaatste aandelenkapitaal van TH bv bedraagt € 100.000, het gestorte agio in TH bv bedraagt € 3.900.000. TH bv houdt alle aandelen in W bv. A en B hebben een lening verstrekt aan HC bv ten bedrage van € 360.000.

Vraag

Heeft het verstrekken van de lening door A en B (mede in het belang van de werkgever) aan HC BV tot gevolg dat de gewone aandelen in HC BV een (onmiddellijk gehouden) lucratief belang vormen bij C?

Antwoord

Nee. Er is geen sprake van een lucratief belang in HC BV omdat het beloningsoogmerk ontbreekt.

Beschouwing

Voorafgaand, toets of sprake is van loon

Aan de vraag of sprake is van een lucratief belang gaat de vraag vooraf of en zo ja in hoeverre sprake is van loon. Deze voorafgaande vraag valt buiten de beantwoording van dit standpunt.

Wettelijk kader lucratief belang

Toetsingskader beloningsoogmerk

Toets aan artikel 3.92b, eerste lid, onderdeel b, Wet IB 2001

Toets aan artikel 3.92b, eerste lid, onderdeel a, Wet IB 2001