Home

Vrijwillige ouderbijdrage en de giftenaftrek

Vrijwillige ouderbijdrage en de giftenaftrek

Gegevens

Kenmerk
KG:202:2022:9
Publicatiedatum
23 februari 2023
Bron
Kennisgroepen Standpunten
Status
Geldig

Aanleiding

De wetgeving met betrekking tot de vrijwillige ouderbijdrage (in het primair en voortgezet onderwijs) is per 1 augustus 2021 aangescherpt. Alle leerlingen moeten mee kunnen doen met activiteiten die de school organiseert, ook als ouders de vrijwillige ouderbijdrage niet betalen. Scholen worden verplicht dit expliciet te vermelden in de schoolgids en het schoolplan. Eerder mochten scholen de leerlingen - van wie de ouders de vrijwillige ouderbijdrage niet betaalden - een kosteloos alternatief aanbieden voor de extra activiteiten buiten het verplichte schoolprogramma. Dit is vanaf 1 augustus 2021 niet langer toegestaan.

Vraag

Heeft de wetswijziging gevolgen voor de aftrek van de vrijwillige ouderbijdrage als gift? Met andere woorden: is de vrijwillige ouderbijdrage die ouders betalen, na de wetswijziging, aftrekbaar als gift in de zin van artikel 6.32 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001)?

Antwoord

Nee. De vrijwillige ouderbijdrage kwalificeert dikwijls als een verplichting uit moraal en fatsoen. Voor zover wel sprake is van een bevoordeling uit vrijgevigheid, vormen de door de school georganiseerde activiteiten voor de kinderen een directe tegenprestatie. De vrijwillige ouderbijdrage is een bekostiging van deze tegenprestatie. Deze bijdrage is niet splitsbaar. Er is dan geen sprake van een gift in de zin van artikel 6.32 Wet IB 2001.

Beschouwing

In artikel 6.33 Wet IB 2001 staat de definitie van giften. Onder een gift wordt verstaan:

“Bevoordelingen uit vrijgevigheid en verplichte bijdragen waar geen directe tegenprestatie tegenover staat”. 

Eerst moet worden bepaald of sprake is van een bevoordeling uit vrijgevigheid of dat sprake is van een verplichte bijdrage. In dit geval is geen sprake van een verplichte bijdrage, dus moet worden gekeken of sprake kan zijn van een bevoordeling uit vrijgevigheid.

Bevoordeling uit vrijgevigheid

Voor een bevoordeling uit vrijgevigheid moet aan twee voorwaarden worden voldaan:

  1. er dient sprake te zijn van een waardeverschuiving; en

  2. vrijgevigheid.

De Hoge Raad heeft dit als volgt geformuleerd: een bevoordeling (in materiële zin) uit vrijgevigheid van een aanwijsbare bevoordeelde (HR 27 januari 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2654).

In 2003 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een ouderbijdrage die ziet op bekostiging van een speciale vorm van onderwijs (i.c. Vrije School) niet kan worden beschouwd als een bevoordeling uit vrijgevigheid, maar moet worden beschouwd als het voldoen aan een verplichting van moraal of fatsoen:

“Alsdan moet de in geding zijnde betaling worden gelijkgesteld met een betaling waarvoor recht op onderwijs volgens de principes van de School, zijnde een op geld waardeerbare aanspraak, wordt verkregen” (HR 7 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AN7742).

In casu is sprake van een ouder waarvan een kind deelneemt aan de georganiseerde activiteiten. Een ouder die de bijdrage kan betalen, zal zich ook verplicht voelen om deze bijdrage te leveren. In dat geval is sprake van nakoming van een verplichting van moraal of fatsoen (men voelt zich verplicht om een bijdrage te leveren). Er is dan geen sprake van een gift, waardoor de vrijwillige ouderbijdrage niet aftrekbaar is als gift.

Mocht in een voorkomend geval geen sprake zijn van nakoming van een verplichting van moraal en fatsoen, dan is wel sprake van een bevoordeling uit vrijgevigheid, zodat de oudervereniging/school in staat kan worden gesteld activiteiten te organiseren. Zie hiervoor onder meer de uitspraak inzake een bijdrage van een speler bij een Harmonie die een vrijwillige bijdrage doet om het voortbestaan van de Harmonie te kunnen garanderen (Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 12 april 2002, ECLI:NL:GHSHE:2002:AE2531 bevestigd door de Hoge Raad 15 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT3947). In dat geval is de ouderbijdrage alleen aftrekbaar als gift, als geen sprake is van een directe tegenprestatie.

Directe tegenprestatie

Conclusie