Notariële samenwoonovereenkomst en fiscaal partnerschap
Notariële samenwoonovereenkomst en fiscaal partnerschap
Gegevens
- Kenmerk
- KG:202:2024:22
- Publicatiedatum
- 28 juni 2024
- Bron
- Kennisgroepen Standpunten
- Status
- Geldig
Aanleiding
Belastingplichtige (> 27 jaar) en haar vader besluiten vanwege zijn mogelijke toekomstige zorgbehoefte te gaan samenwonen. Zij wensen allebei zo veel mogelijk een zelfstandig leven te behouden. In dit kader zijn zij per 18 december 2023 een samenwoonovereenkomst aangegaan die zij bij de notaris hebben laten vastleggen. In deze overeenkomst staat dat zij een gemeenschappelijke huishouding voeren en dat ze gedurende de periode dat zij samenwonen een wederzijdse zorgverplichting hebben als bedoeld in artikel 1a van de Successiewet 1956. De zorgplicht strekt niet verder dan de verplichting over en weer bij te dragen aan de kosten van de huishouding. Daarnaast hebben zij afspraken gemaakt over de inboedel, en/of-rekening, ontbinding van de overeenkomst en is er een verblijvingsbeding opgenomen. Op 18 december 2023 schrijven zij zich in op hetzelfde woonadres in de Basisregistratie Personen (hierna: BRP).
Vraag
Kwalificeren belastingplichtige en haar vader voor de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) als fiscale partners wanneer zij op hetzelfde woonadres staan ingeschreven in de BRP en een notariële samenwoonovereenkomst hebben gesloten?
Antwoord
Ja, zij zijn fiscale partners op grond van artikel 5a, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR). Op grond van dit artikel worden ongehuwd samenwonende meerderjarigen met een notarieel samenlevingscontract, die op hetzelfde woonadres in de BRP staan ingeschreven, aangemerkt als fiscaal partner. Als in het notarieel opgemaakte contract in ieder geval is vastgelegd wat de vermogensrechtelijke verhouding is tussen twee personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren, is sprake van een notarieel samenlevingscontract als bedoeld in de AWR. Daarbij is niet van belang dat het contract samenwoonovereenkomst is genoemd in plaats van samenlevingscontract.
Beschouwing
Fiscaal partnerschap
De algemene partnerregeling staat in artikel 5a AWR. Op grond van artikel 5a, eerste lid, onderdeel b, AWR worden ongehuwd samenwonende meerderjarigen met een notarieel samenlevingscontract, die op hetzelfde woonadres in de BRP staan ingeschreven, aangemerkt als fiscale partners. Artikel 5a AWR geldt ook voor de inkomstenbelasting.