Fiscaal partnerschap bij meerdere belastingplichtigen ingeschreven op één woonadres en minderjarig kind en zakelijke huur
Fiscaal partnerschap bij meerdere belastingplichtigen ingeschreven op één woonadres en minderjarig kind en zakelijke huur
Gegevens
- Kenmerk
- KG:202:2025:8
- Publicatiedatum
- 27 mei 2025
- Bron
- Kennisgroepen Standpunten
- Status
- Geldig
Aanleiding
A staat met haar minderjarige kind en een andere volwassene (B) ingeschreven op hetzelfde woonadres in de basisregistratie personen (BRP). B huurt op grond van een schriftelijke huurovereenkomst op zakelijke gronden een deel van de woning van A. B heeft verzocht om niet aangemerkt te worden als partner van A. B voldoet hiermee aan de voorwaarden van de uitzondering van fiscaal partnerschapals bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001).Vervolgens schrijft zich nog een volwassene (C) in op hetzelfde woonadres in de BRP. Bij C is geen sprake van een huurovereenkomst. A, B en C voldoen niet (in welke combinatie dan ook) aan één van de andere criteria voor fiscaal partnerschap.
Vraag
Is er in enige combinatie sprake van fiscale partnerschap voor de inkomstenbelasting?
Antwoord
A en C zijn fiscale partners voor de inkomstenbelasting op grond van artikel 1.2, eerste lid, onderdeel e, Wet IB 2001.
Beschouwing
Fiscaal partnerschap is geregeld in artikel 5a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR). Voor de inkomstenbelasting bestaat een aanvullende regeling in artikel 1.2 Wet IB 2001.
AWR
Volgens artikel 5a AWR is slechts sprake van partnerschap als:
de belastingplichtigen zijn gehuwd; of
de meerderjarige belastingplichtigen een notarieel samenlevingscontract zijn aangegaan en staan ingeschreven op hetzelfde woonadres in de BRP.
A, B en C zijn niet (in welke combinatie dan ook) met elkaar gehuwd of een notarieel samenlevingscontract aangegaan. Er is dus in geen enkele combinatie sprake van fiscaal partnerschap op grond van artikel 5a AWR.