Omzetbelasting, leasing
Omzetbelasting, leasing
Besluit CPP2006/2847M
Opschrift
De Minister van Financiën heeft het volgende besloten:
Dit besluit is een samenvoeging en actualisering van de besluiten die zijn verschenen over de heffing van omzetbelasting bij leasing. Bij de samenvoeging is rekening gehouden met wijzigingen in de Europese en de Nederlandse btw-regelgeving per 1 januari 2007, wijzigingen in de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 per 1 februari 2007 en met jurisprudentie van het Hof van Justitie.
1. Inleiding
In dit besluit komt de heffing van omzetbelasting bij leasing aan de orde. In paragraaf 3 zijn richtlijnen gegeven over situaties waarbij leasing is te beschouwen als een levering of als een dienst en de verschuldigdheid van omzetbelasting daarbij. In paragraaf 4 wordt ingegaan op de maatstaf van heffing bij de doorberekening van bpm bij de leasing van personenauto’s.
1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
wet: Wet op de omzetbelasting 1968;
richtlijn: Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van de Europese Unie van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PbEG L347/1, d.d. 11 december 2006);
Hof van Justitie: Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen;
bpm: Belasting van personenauto’s en motorrijwielen;
wet bpm: Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992.
2. Juridisch kader
In artikel 3 van de wet is aangegeven, wanneer er sprake is van een levering van goederen. Diensten zijn alle prestaties die niet zijn te beschouwen als leveringen (artikel 4 van de wet). De artikelen 3 en 4 van de wet zijn gebaseerd op de artikelen 14 en 24 van de richtlijn.