Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 04-02-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:238, 23/1095
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 04-02-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:238, 23/1095
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 4 februari 2026
- Datum publicatie
- 24 maart 2026
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2026:238
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2023:4545, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 23/1095
- Relevante informatie
- Art. 6.1 Wet IB 2001, Art. 6.15 Wet IB 2001, Wet IB 2001
Inhoudsindicatie
Navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2016. Geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel: de inspecteur heeft bij belanghebbende de indruk gewekt dat de door hem gevolgde gedragslijn berust op een bewuste standpuntbepaling. Het daarmee gewekte vertrouwen is door het opleggen van de navorderingsaanslag over het jaar 2016 geschonden. De rechtbank heeft de navorderingsaanslag dan ook terecht vernietigd. Het hoger beroep van de inspecteur is ongegrond.
Uitspraak
Team belastingrecht
Enkelvoudige Belastingkamer
Nummer: 23/1095
Uitspraak op het hoger beroep van
de inspecteur van de Belastingdienst,
hierna: de inspecteur.
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 28 juni 2023, nummer BRE 22/909 in het geding tussen inspecteur en
[belanghebbende] ,
wonend in [woonplaats] ,
hierna: belanghebbende.
1 Ontstaan en loop van het geding
De inspecteur heeft een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2016 opgelegd (hierna: de navorderingsaanslag).
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard.
De inspecteur heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting heeft plaatsgevonden op 3 december 2025 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen [inspecteur 1] en [inspecteur 2] , namens de inspecteur, en [gemachtigde] , als gemachtigde van belanghebbende.
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
2 Feiten
Belanghebbende heeft vier kinderen met zijn partner, en vier kinderen met zijn ex-partner. De ex-partner ontvangt een bijstandsuitkering. Alle kinderen waren in het jaar 2016 minderjarig.
De inspecteur heeft een brief met dagtekening 27 februari 2015 aan belanghebbende gestuurd, met daarin de volgende passages:
“Betreft
Aftrek kosten levensonderhoud kinderen in uw aangifte 2014
Geachte heer/mevrouw,
Vorig jaar hebt u kosten voor het levensonderhoud van uw kinderen jonger dan 21 jaar afgetrokken in uw aangifte inkomstenbelasting. Uit onderzoek blijkt dat niet iedereen deze kosten goed invult. Daarom vragen wij u hierop extra te letten als u uw aangifte 2014 invult. Zo voorkomt u dat u later moet bijbetalen. In deze brief leest u welke kosten u mag aftrekken.
Wanneer mag u kosten voor het levensonderhoud van kinderen aftrekken?
U mag kosten aftrekken als de volgende 5 voorwaarden gelden:
1. Uw kind is in 2014 jonger dan 21 jaar.
2. Uw kind kan niet zelf in zijn levensonderhoud voorzien.
3. U krijgt geen kinderbijslag of een vergelijkbare buitenlandse uitkering voor dit kind. Niemand in uw huishouden heeft recht op kinderbijslag voor dit kind.
4. Uw kind krijgt geen studiefinanciering, tegemoetkoming in de studiekosten of een vergelijkbare (buitenlandse) regeling en heeft hier ook geen recht op.
5. Uw uitgaven voor het levensonderhoud van uw kind zijn per kwartaal € 416 of meer. Het moet hierbij gaan om uitgaven waarvoor u geen vergoeding krijgt.
Welk bedrag mag u aftrekken?
Voor elk kind mag u per kwartaal een vast bedrag aftrekken, als u tijdens het hele kwartaal aan de voorwaarden voldeed. Dit bedrag hangt of van:
- de leeftijd van uw kind aan het begin van het kwartaal
- uw aandeel in de totale kosten van het levensonderhoud
Welk vaste bedrag u precies mag aftrekken staat in de tabel 'kwartaalbedrag van uitgaven voor levensonderhoud kinderen over 2014' op belastingdienst.nl. U vindt de tabel door te zoeken op 'kwartaalbedrag levensonderhoud kinderen 2014'. U mag nooit de werkelijk gemaakte kosten aftrekken.
Let op!
2014 is het laatste jaar dat u van deze aftrekmogelijkheid gebruik kunt maken. In uw aangifte over 2015 mag u geen kosten meer aftrekken voor het levensonderhoud van uw kinderen jonger dan 21 jaar.”
De inspecteur heeft op 7 november 2016 schriftelijk om informatie verzocht van belanghebbende, met betrekking tot een aangegeven negatief loon van € 6.187 in de aangifte over het jaar 2014. De gemachtigde van belanghebbende heeft daar in een brief als volgt op gereageerd:
“Cliënt is gehuwd geweest.
Zijn voormalige echtgenote ontvangt van de gemeente [plaats] een bijstandsuitkering; echter, de heer [belanghebbende] dient aan de gemeente [plaats] jaarlijks een bedrag wegens verhaal van bijstand te betalen.Dat is niet alleen het geval geweest in 2014, doch ook alle jaren tevoren.
In het verleden heeft de heer [belanghebbende] ook al over deze aftrekpost vragen gekregen.
Ingesloten treft u aan de bevestiging van de gemeente [plaats] , dat de heer [belanghebbende] aan deze gemeente in 2014 een bedrag wegens bijstandsverhaal heeft betaald van € 6.187,00.
Cliënt heeft dit bedrag jaarlijks betaald en blijft dit betalen, zolang zijn ex-echtgenote is aangewezen op een bijstandsuitkering van de gemeente [plaats] , of daar nu kinderen zijn of niet.”
Als bijlage daarbij is een brief van het college van burgemeester en wethouders van [plaats] (hierna: het college) overgelegd, waarin het volgende staat:
“Beste heer [belanghebbende] ,
Ten behoeve van de opgave aan de belastingdienst kunnen wij u mededelen, dat u in 2014 aan ons een bedrag van € 6.186,84 heeft betaald, ter zake van de aan u opgelegde onderhoudsbijdrage voor uw kind(eren).”
De inspecteur heeft vervolgens de aanslag over het jaar 2014 opgelegd conform de ingediende aangifte.
In de aangifte over het jaar 2015 zijn – net als over het jaar 2014 – de door het college verhaalde kosten van bijstand opgegeven als negatief loon en is de aanslag eveneens opgelegd conform de ingediende aangifte.
Namens het college is op 6 maart 2017 een brief gestuurd aan belanghebbende, waarin de volgende passage staat:
“Beste heer [belanghebbende] ,
Ten behoeve van de opgave aan de belastingdienst kunnen wij u mededelen, dat u in 2016 aan ons een bedrag van € 5.769,96 heeft betaald, ter zake van de aan u opgelegde onderhoudsbijdrage voor uw kinderen.”
Belanghebbende heeft in zijn aangifte over het jaar 2016 een bedrag van € 5.770 aangegeven als negatief loon onder vermelding van ‘verhaalsbijstand Gemeente [plaats] ’. De inspecteur heeft de aanslag wederom conform de aangifte opgelegd, waarbij sprake is van een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 41.089.
De inspecteur heeft aan belanghebbende over het jaar 2016 een navorderingsaanslag opgelegd, waarbij hij het aangegeven bedrag van € 5.770 aan negatief loon niet heeft geaccepteerd. Het belastbaar inkomen uit werk en woning heeft de inspecteur daarom vastgesteld op een bedrag van € 46.859.
3 Geschil en conclusies van partijen
Het geschil betreft het antwoord op de vraag het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel slaagt, zodat het aangegeven bedrag van € 5.770 aan negatief loon (hierna: de uitgaven1) geaccepteerd dient te worden.
In hoger beroep is tussen partijen niet langer in geschil dat belanghebbende op grond van de wet de uitgaven van € 5.769,96 niet in mindering mocht brengen op zijn inkomen uit werk en woning over het jaar 2016, en dat het bedrag ten onrechte als negatief loon is aangegeven.
Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de navorderingsaanslag. De inspecteur concludeert tot bevestiging van de navorderingsaanslag.