A‑G: bij belastingheffing geldt streng criterium voor uitsluiten van onrechtmatig bewijs
A‑G: bij belastingheffing geldt streng criterium voor uitsluiten van onrechtmatig bewijs
Gegevens
A-G Koopman oordeelt dat het onrechtmatig verkregen sigarettenbewijs tóch mag dienen voor de naheffingsaanslag accijns en adviseert de Hoge Raad het cassatieberoep van de staatssecretaris toe te wijzen.
Een man wordt door de politie aangehouden in een gehuurde bakwagen met maar liefst 75.620 pakjes onveraccijnsde Marlboro-sigaretten. Omdat de sigaretten geen accijnszegels hebben, legt de inspecteur een naheffingsaanslag accijns op van € 289.291, betrekking hebbend op 2019. Tussen de man en de inspecteur ontstaat discussie: mag het bewijs wel gebruikt worden als het onrechtmatig is verkregen? En wie is in deze situatie accijnsplichtig?
Gebruik onrechtmatig verkregen bewijs alleen in uitzonderlijke gevallen uitgesloten A‑G Koopman is het met het hof eens dat het bewijs onrechtmatig is verkregen, maar om andere redenen. Volgens Koopman hadden de politieambtenaren geen toezichthoudende taak met betrekking tot de lading en mochten ze niet afgaan op hun bevoegdheden uit artikel 5:19 Awb. Echter, dat betekent nog niet dat het bewijs automatisch buiten beschouwing moet blijven. Alleen als het gebruik van het bewijs zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, wordt het uitgesloten. Hierbij maakt het niet uit of het bewijs strafrechtelijk, bestuursrechtelijk of anders onrechtmatig is verkregen — zolang de inspecteur er niet direct bij betrokken was. In dit geval is daar volgens de A-G geen sprake van en mag het bewijs dus worden benut.
De Hoge Raad kan de zaak direct afdoen: het staat, volgens de A-G, vast dat de man de sigaretten op 28 juni 2019 voorhanden heeft gehad of erbij betrokken was.
Bron: PHR, 15-07-2025, ECLI:NL:PHR:2025:711
Wet: art. 5:19 en art. 1:6 Awb