Opinie | De Belgische inhoudingsvrijstellingszaken: (geen) twijfels over (ondermijning van) doel en toepassing van de Moeder-dochterrichtlijn?

Opinie | De Belgische inhoudingsvrijstellingszaken: (geen) twijfels over (ondermijning van) doel en toepassing van de Moeder-dochterrichtlijn?

Gegevens

Nummer
2025/1052
Publicatiedatum
3 oktober 2025
Auteur
Redactie
Rubriek
Overig

Op 18 juli 2025 heeft de Hoge Raad in de zogenoemde Belgische inhoudingsvrijstellingsarresten (impliciet) geoordeeld dat toekenning van de inhoudingsvrijstelling tot ondermijning van doel of toepassing van de Moeder-dochterrichtlijn zou hebben geleid. Dit oordeel impliceert, gelet op de CILFIT-doctrine en de afwezigheid van prejudiciële vragen, dat hierover volgens de Hoge Raad redelijkerwijs geen twijfel heeft kunnen bestaan. In deze NTFR Opinie van prof. mr. dr. M.F. de Wilde en mr. dr. T.M. Vergouwen wordt stilgestaan bij de gronden voor het ontbreken van twijfel. De auteurs concluderen dat redelijkerwijs twijfel kan bestaan of doel en toepassing van de Moeder-dochterrichtlijn in de Belgische inhoudingsvrijstellingsarresten zouden zijn ondermijnd bij toekenning van de inhoudingsvrijstelling en dat de Hoge Raad – al dan niet ambtshalve – prejudiciële vragen had moeten stellen aan het HvJ.
Lees de hele NTFR/NDFR Opinie gratis via NDFR