Te lage CO₂-uitstoot in bpm-naheffing geeft recht op kosten bezwaar

Te lage CO₂-uitstoot in bpm-naheffing geeft recht op kosten bezwaar

Gegevens

Nummer
2026/96
Publicatiedatum
27 januari 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:87
Rubriek
Uitspraak

De Hoge Raad oordeelt dat een verlaging van een bpm-naheffingsaanslag door een fout van de inspecteur recht geeft op vergoeding van de kosten in de bezwaarfase. Dat geldt ook als de correctie pas in beroep aan het licht komt.


Een man registreert op 10 oktober 2018 een uit Duitsland afkomstige gebruikte personenauto in Nederland. Hij doet bpm-aangifte en baseert zich daarbij op een CO₂-uitstoot van 162 gram per kilometer. De handelsinkoopwaarde stelt hij vast via een taxatierapport. De inspecteur legt later een naheffingsaanslag bpm op. Daarbij rekent hij met een historische nieuwprijs van € 53.894 en gaat hij uit van een CO₂-uitstoot van 153 gram per kilometer. In beroep erkent de inspecteur dat deze CO₂-uitstoot onjuist is en dat moet worden uitgegaan van 162 gram per kilometer. Hierdoor wordt de naheffingsaanslag verlaagd. De rechtbank vermindert de aanslag, maar wijst een vergoeding van de kosten in de bezwaarfase af. Het hof volgt dat oordeel. In cassatie is in geschil of de man toch recht heeft op vergoeding van de kosten van bezwaar.

Fout inspecteur staat los van nieuwe stellingen De Hoge Raad stelt vast dat de inspecteur bij het opleggen van de naheffingsaanslag is uitgegaan van een te lage CO₂-uitstoot. Dat is een aan de inspecteur toe te rekenen onrechtmatigheid. Dat de man in beroep ook andere punten aan de orde stelt, zoals een andere koerslijst voor de handelsinkoopwaarde, doet daar niet aan af. De verlaging van de naheffingsaanslag hangt namelijk rechtstreeks samen met de fout van de inspecteur bij de berekening van de bpm. Het oordeel van het hof dat geen sprake is van een aan de inspecteur te wijten onrechtmatigheid, is daarom onjuist.

Recht op vergoeding kosten bezwaarfase Omdat de naheffingsaanslag is verminderd wegens een fout van de inspecteur, heeft de man recht op vergoeding van de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de bezwaarfase. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof en herstelt dit punt zelf. Ook veroordeelt hij de inspecteur en de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten in bezwaar, hoger beroep en cassatie.

Bron: Hoge Raad, 23-01-2026 ECLI:NL:HR:2026:87
Wet: art. 10 Wet BPM en art. 7:15 Awb