Standpunt fictief regulier voordeel en woningschuld van in buitenland wonend verbonden persoon
Standpunt fictief regulier voordeel en woningschuld van in buitenland wonend verbonden persoon
Gegevens
- Nummer
- 2026/134
- Publicatiedatum
- 4 februari 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Overig
De Kennisgroep aanmerkelijk belang heeft de vraag beantwoord of voor de toepassing van artikel 4.14a, zesde lid, juncto artikel 4.14b, eerste lid, Wet IB 2001, de schuld van een in het buitenland wonende verbonden persoon een eigenwoningschuld kan zijn als bedoeld in artikel 3.119a Wet IB 2001.
X woont in Nederland en bezit alle aandelen in X BV. Y, de dochter van X, woont in het buitenland en heeft daar een eigen woning aangeschaft met gelden die zij heeft geleend van X BV. Y is niet belastingplichtig in Nederland. Y kwalificeert als een met X verbonden persoon als bedoeld in artikel 4.14b, eerste lid, van de Wet IB 2001.
Vraag Kan voor de toepassing van artikel 4.14a, zesde lid, juncto artikel 4.14b, eerste lid, Wet IB 2001 de schuld van Y aan X BV een eigenwoningschuld zijn als bedoeld in artikel 3.119a Wet IB 2001?
Antwoord Ja, voor Y is sprake van een eigenwoningschuld als bedoeld in artikel 3.119a Wet IB 2001 als de woning onder de Nederlandse belastingheffing in box 1 zou vallen, en voldaan wordt aan de voorwaarden van artikel 3.119a, eerste lid, onderdelen a, b en c, Wet IB 2001.
Bron: Belastingdienst, kennisgroepstandpuntnr. KG:003:2026:2
Wet: art. 4.14a, art. 4.14b, art. 3.119a Wet IB 2001