Afwaardering lening aan gokvennootschap faalt door onzakelijk risico

Afwaardering lening aan gokvennootschap faalt door onzakelijk risico

Gegevens

Nummer
2026/138
Publicatiedatum
6 februari 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2025:5461
Rubriek
Uitspraak

Rechtbank Gelderland oordeelt dat een lening aan een Maltese vennootschap voor online gokactiviteiten onzakelijk is. De debiteur is volledig met vreemd vermogen gefinancierd, heeft een negatieve solvabiliteit en de opbrengsten komen niet toe aan de crediteur.


Een bv heeft via haar dochtervennootschap gelden uitgeleend aan een gelieerde Maltese vennootschap die zich bezighoudt met online gokactiviteiten. De uitgeleende gelden zijn gebruikt om kosten van de Maltese vennootschap te dekken. Er hebben geen aflossingen plaatsgevonden en de rente is bijgeschreven op de hoofdsom. De Maltese vennootschap is per 31 maart 2020 ontbonden. De bv heeft in de aangifte vennootschapsbelasting 2019 een bijzondere waardevermindering van € 267.017 in aftrek gebracht. De inspecteur heeft in de aanslag over 2019 deze afwaardering gecorrigeerd, met uitzondering van € 28.928 die betrekking heeft op de tot en met 31 januari 2016 verstrekte bedragen. De bv stelt dat het leerstuk van de onzakelijke lening niet van toepassing is omdat sprake is van financiering van een kernactiviteit. Vanwege destijds geldende wetgeving en bancaire regels die online gokken verbieden, was de bv gedwongen een buitenlandse structuur op te zetten en deze intern te financieren.

Geen onafhankelijke derde zou dit risico nemen De rechtbank oordeelt dat de na 31 januari 2016 verstrekte bedragen het karakter van een onzakelijke lening hebben. De bv heeft niet weersproken dat de debiteur volledig met vreemd vermogen is gefinancierd en dat de solvabiliteit vanaf het begin negatief was en is gebleven. Daarnaast komen de opbrengsten uit de activiteiten niet toe aan de crediteur, maar aan de aandeelhouders. De crediteur draagt de kwade kansen, terwijl de goede kansen aan de aandeelhouders toekomen. Deze omstandigheden wettigen het vermoeden dat een onafhankelijke derde de gelden niet zou hebben uitgeleend, ook niet met een grote risico-opslag of hoge rente. De stelling dat banken weigeren te financieren vanwege bancaire regels en niet vanwege de business case is onvoldoende om dit bewijsvermoeden te weerleggen. Ook de stelling dat mogelijk wel financierders in de gokwereld te vinden zijn, is pas ter zitting ingenomen en onvoldoende geconcretiseerd.

Geen afwaardering mogelijk bij onzakelijke lening Dat de leningverstrekkingen de kernactiviteit van de bv financieren is irrelevant, het gaat om de kwalificatie van de leningen. De bv had er ook voor kunnen kiezen kapitaal te storten in plaats van leningen te verstrekken. Uit het in aftrek toelaten van de tot en met 31 januari 2016 verstrekte bedragen kan niet worden afgeleid dat ook nadien verstrekte bedragen zakelijk zijn. De leningsovereenkomst is achteraf opgesteld en de inspecteur heeft de financieringstoezegging niet vooraf kunnen beoordelen. Omdat de lening als onzakelijk heeft te gelden, kan deze niet worden afgewaardeerd. Het beroep is ongegrond.

Bron: Rb. Gelderland, 10-07-2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5461
Wet: art. 8 Wet Vpb 1969