BOR beperkt tot 49% bij uitbreiding ab wegens ontbreken vijfjaarstermijn

BOR beperkt tot 49% bij uitbreiding ab wegens ontbreken vijfjaarstermijn

Gegevens

Nummer
2026/162
Publicatiedatum
12 februari 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2026:114
Rubriek
Uitspraak

Het hof oordeelt dat de bedrijfsopvolgingsregeling alleen geldt voor het deel van de aandelen dat de moeder al vijf jaar in bezit heeft. Voor het binnen vijf jaar geërfde 51%-belang start een nieuwe bezitstermijn, zodat de BOR daarvoor niet geldt.


Een man en een vrouw houden sinds 1986 respectievelijk 51% en 49% van de aandelen in een holding bv. Na het overlijden van de man in 2016 verkrijgt de vrouw op 6 september 2017 zijn 51%-belang, waardoor zij 100% van de aandelen houdt . Op 7 september 2020 splitst de holding juridisch en wordt een nieuwe bv opgericht. De vrouw schenkt diezelfde dag alle aandelen in deze nieuwe bv aan haar dochter . De bv drijft een materiële onderneming. In geschil is of de BOR in de schenkbelasting geldt voor het volledige aandelenpakket of slechts voor 49%.

Bezitseis per vermogensbestanddeel Gerechtshof Den Haag stelt voorop dat artikel 35d, lid 1, onderdeel c, Sw vereist dat de schenker de geschonken aandelen gedurende vijf jaar onafgebroken in bezit heeft gehad . Doordat moeder het 51%-belang pas in 2017 heeft verkregen, voldoet zij voor dat deel niet aan de bezitseis. Volgens het hof volgt uit de duidelijke wettekst dat bij uitbreiding van een aanmerkelijk belang voor het nieuwe deel een afzonderlijke bezitstermijn gaat lopen. De BOR is daarom slechts van toepassing op het 49%-belang dat moeder al langer dan vijf jaar hield.

Geen ruimte voor doel en strekking Het hof ziet geen ruimte voor een ruimere uitleg op basis van doel en strekking. Uit de wetsgeschiedenis blijkt juist dat de bezitseis is bedoeld om misbruik te voorkomen, bijvoorbeeld bij het kort voor schenking aankopen van aandelen . Ook de Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting biedt geen soelaas. De daarin genoemde uitzonderingen zijn limitatief en zien niet op een situatie waarin de schenker binnen vijf jaar vóór de schenking aandelen krachtens erfrecht verkrijgt. Het hoger beroep is ongegrond.

Bron: Hof Den Haag 29-01-2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:114
Wet: art. 35b, art. 35c en art. 35d SW en art. 9 Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting