Hof: rentepercentage van 4% voldoet aan de wet

Hof: rentepercentage van 4% voldoet aan de wet

Gegevens

Nummer
2026/345
Publicatiedatum
4 maart 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2026:184
Rubriek
Uitspraak

Hof Den Haag oordeelt dat € 86 belastingrente over de aanslag ib/pvv 2020 terecht is. De inspecteur past de wettelijke regeling correct toe en hoeft geen rekening te houden met de lage marktrente.


Een vrouw ontvangt voor 2020 een voorlopige aanslag met een teruggaaf van € 2.162. Zij laat deze voorlopige teruggaaf ongemoeid en dient haar aangifte 2020 pas op 3 februari 2023 in, na herinnering en aanmaning. De definitieve aanslag van 18 april 2023 leidt, na verrekening, tot € 1.132 te betalen. De inspecteur brengt € 86 belastingrente in rekening over de periode 1 juli 2021 tot en met 31 mei 2023. In geschil is of deze belastingrente terecht en juist is berekend.

Wettelijk systeem is doorslaggevend Het hof oordeelt dat op grond van artikel 30fc AWR belastingrente verschuldigd is als een aanslag met een te betalen bedrag meer dan zes maanden na afloop van het jaar wordt vastgesteld. De rente is berekend tegen het wettelijke minimum van 4% (artikel 30hb AWR) en klopt rekenkundig. Dat de vrouw de voorlopige teruggaaf niet heeft bedoeld of dat de marktrente laag was, doet daar niet aan af. Zij had de voorlopige aanslag kunnen aanpassen of eerder aangifte kunnen doen. Het hoger beroep is ongegrond.

Bron: Hof Den Haag 20-01-2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:184
Wet: art. 30fc en art. 30hb AWR