Geen samenloopvrijstelling bij al gebruikte OZR-aandelen

Geen samenloopvrijstelling bij al gebruikte OZR-aandelen

Gegevens

Nummer
2026/408
Publicatiedatum
20 maart 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:1719
Rubriek
Uitspraak

Een bv verkrijgt aandelen in een onroerendezaakrechtspersoon en doet een beroep op de samenloopvrijstelling voor overdrachtsbelasting. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de vrijstelling niet van toepassing is, omdat het onderliggende appartementencomplex al meer dan zes maanden voor de overdracht in gebruik is genomen.


Op 31 december 2021 verkrijgt de bv in totaal 60% van de aandelen in een onroerendezaakrechtspersoon (OZR). De OZR houdt een indirect belang van 90% in een appartementencomplex (gebouw D). De appartementen zijn op 8 januari 2021 opgeleverd en in diezelfde maand voor het eerst in gebruik genomen. Ter zake van de realisatie van gebouw D is geen omzetbelasting in aftrek gebracht, omdat de appartementen vrijgesteld van omzetbelasting worden verhuurd. De waarde van gebouw D bedraagt € 26.700.000. De bv doet in haar aangiften een beroep op de samenloopvrijstelling van art. 15, eerste lid, onderdeel a, WBR. De inspecteur legt een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op van € 1.153.440. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de samenloopvrijstelling van toepassing is op de indirecte verkrijging van gebouw D via de aandelenoverdracht.

Gebouw in gebruik: geen vrijstelling De rechtbank oordeelt dat de samenloopvrijstelling niet van toepassing is. De vrijstelling is bedoeld voor twee situaties: cumulatie van omzetbelasting en overdrachtsbelasting, en verkrijging van nieuwe, nog ongebruikte onroerende zaken in de bouw- en handelsfase. De Hoge Raad heeft in het tweede doorkijkarrest bepaald dat de vrijstelling bij een aandelenoverdracht in een OZR alleen van toepassing is als sprake zou zijn van heffing over ongebruikte onroerende zaken in de bouw- en handelsfase. Gebouw D is al meer dan zes maanden voor de overdracht in gebruik genomen, zodat de doorkijkarresten niet van toepassing zijn. Het betoog dat de niet-aftrekbare omzetbelasting over de stichtingskosten verdisconteerd zit in de koopprijs maakt dit niet anders: het verband tussen die omzetbelasting en de aandelenkoopprijs is te ver verwijderd.

Samenloopbesluit biedt geen uitkomst De bv beroept zich subsidiair op paragraaf 2.2.2 van het samenloopbesluit, dat een goedkeuring bevat voor de overdracht van een algemeenheid van goederen. De rechtbank verwerpt dit beroep: goedkeuringen worden beperkt uitgelegd en er is geen sprake van een overgang van een algemeenheid van goederen, maar van een aandelenoverdracht.

Het beroep is ongegrond.

Bron: Rb. Gelderland 06-03-2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1719
Wet: art. 15 lid 1 onderdeel a WBRV en art. 4 lid 1 onderdeel a WBRV