Bewijs dat gemachtigde geen ‘no cure, no pay-bureau’ is
Bewijs dat gemachtigde geen ‘no cure, no pay-bureau’ is
Gegevens
Wie in een WOZ-geschil niet te maken wil krijgen met een beperking van de proceskostenvergoeding, moet aantonen dat zijn gemachtigde geen no cure, no pay-bureau is.
In een WOZ-procedure van een man tegen de gemeente Rotterdam heeft de Hoge Raad op 31 januari 2025 de voorafgaande hofuitspraak vernietigd. De Hoge Raad heeft daarbij geoordeeld dat de gemeente de wederpartij een proceskostenvergoeding moet betalen. Nu bepaalt de Wet WOZ dat men voor de vergoeding van proceskosten voor de cassatieprocedure slechts een vermenigvuldigingsfactor van 0,10 moet toepassen. In een eerder arrest van 17 januari 2025 heeft de Hoge Raad echter geoordeeld dat deze beperking van de proceskostenvergoeding alleen geldt voor, kort gezegd, de zogenoemde ‘no cure, no pay-bureaus’. Om die reden heeft de Hoge Raad de man in de gelegenheid gesteld om te bewijzen dat zijn gemachtigde niet als een dergelijk bureau valt aan te merken.
Lage vermenigvuldigingsfactor De man heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om aan te tonen dat zijn gemachtigde geen no cure, no pay-bureau is. In een aanvullend arrest stelt de Hoge Raad daarom de proceskostenvergoeding voor de cassatieprocedure vast op 0,10 x € 907 x 2 punten (cassatieberoepschrift) gedeeld door twee (vanwege samenhang) = € 91.
Bron: Hoge Raad 28-03-2025 (ECLI:NL:HR:2025:463) en (ECLI:NL:HR:2025:465), Hoge Raad 31-01-2025 (ECLI:NL:HR:2025:158), Hoge Raad 17-01-2025 (ECLI:NL:HR:2025:46)
Wet: art. 30a Wet WOZ
Meer info: Bij elektronisch procederen is notificatiebericht cruciaal (BZ Actueel 05-02-2025), Beperkingen pkv in WOZ- en BPM-zaken zijn legitiem (BZ Actueel 21-01-2025)
Practice note: